Send As SMS

19.6.05

Metazoekmachines

Ik had u een betere ordening van de "blogroll" beloofd, plus, als het lukt, een zoekmachine speciaal voor de blogs etc. die daaronder zitten, maar dat kost nu meer tijd dan ik heb. Volgende week dus, met het goede voornemen om -- op verzoek van de redactie -- de "posts" wat korter te maken. Nu leef ik me nog één keer uit.

Een paar jaar geleden maakte ik nog wel eens gebruik van een metazoekmachine. Aanvankelijk was dat Ixquick, later Vivísimo. Tegenwoordig doe ik dat bijna nooit meer. Waarom niet?
Laat ik eerst een paar redenen opnoemen waarom je een metazoekmachine zou kunnen gebruiken. Metazoekmachines:
  1. laten je een zoekactie bij meer zoekmachines tegelijk uitvoeren zonder dat je de vraag steeds opnieuw hoeft te kopiëren of opnieuw in te typen.
  2. passen op het gecombineerde zoekresultaat van de gebruikte zoekmachines een eigen ranking toe die de "intelligentie" van diverse rankingmechanismen combineert.
  3. ontdubbelen de zoekresultaten die ze van de diverse zoekmachines krijgen.
  4. verhogen de kans die ene treffer bij een vraag te vinden die maar door één zoekmachine gevonden wordt.
  5. bieden vaak extra's zoals categorisatie van het zoekresultaat.
Op elk van deze redenen valt wel iets af te dingen, en daarnaast hebben metazoekers ook nog hun eigen bezwaren, die we natuurlijk ook moeten meewegen. Daarover straks meer.
  1. De mogelijkheid dezelfde vraag door meer zoekmachines te laten uitvoeren, wordt ook geboden door springplankzoekmachines. Een voorbeeld is Turboscout, dat 21 webzoekmachines aan het werk kan zetten, naast speciale zoekmachines voor Images, Reference, News, Products, Blogs en Audio/Video. (Er zijn overigens ook veel metazoekers met zulke speciale diensten.) Twee van de voordelen die springplankzoekmachines boven metazoekers hebben, is dat de vraag per zoekmachine kan worden aangepast en dat alle mogelijkheden van iedere zoekmachine apart kunnen worden gebruikt. Bij metazoekers is ofwel het repertoire beperkt (met als gevolg een nulresultaat als je je buiten dat repertoire waagt), ofwel prefixen (zoals filetype:. inurl: etc.) worden niet als zodanig herkend.
  2. De meest gebruikte, en ook voor de hand liggende eigen rankingmethode van metazoekers is tweeledig: a. hoe meer zoekmachines een treffer (bij de eerste 10, 20 of 30 van hun resultaten) vinden, des te hoger komt hij in de ranking van de metazoeker b. bij een gelijk aantal zoekmachines telt de geaggregeerde ranking van de betreffende zoekmachines zelf. Een voorbeeld biedt KillerInfo, dat netjes meldt bij welke zoekmachines het zijn treffers heeft gevonden, en op welke plaats ze daar stonden.
    Voor zover ik kan zien is er echter geen enkele reden om aan te nemen dat een treffer die (bijvoorbeeld) door drie van vier zoekmachines wordt gevonden en op de eerste plaats is gezet, relevanter zou zijn dan een treffer die door alle vier is gevonden en op de plaatsen 2, 2, 5 en 7 is geplaatst. En er is ook geen reden om te denken dat treffer 1 van MSN Search beter is dan treffer 6 van Google (in het algemeen of voor een bepaalde vraag). Zeker, treffer 1 van MSN Search zal waarschijnlijk bij veel vragen relevanter zijn dan treffer 276 van Google, maar metazoekers beperken zich meestal tot de eerste 10 à 30 treffers van elke zoekmachine.
  3. Het is waar dat metazoekmachines resultaten van diverse zoekmachines ontdubbelen, maar profijt heb je daar natuurlijk alleen van bij die vragen die inderdaad het gebruik van meer zoekmachines wenselijk of noodzakelijk maken.
  4. Het feit dat zoekmachines unieke treffers kunnen hebben kan inderdaad een reden zijn om een metazoeker te gebruiken. Geen enkele zoekmachine heeft alle URLs op het Web in zijn database, en sommige zoekmachines (Yahoo!, MSN Search) indexeren meer van een document dan andere (Google, Ask Jeeves/Teoma). Dit voordeel van metazoekers wordt echter in veel gevallen sterk gerelativeerd doordat er vrijwel, of misschien helemaal, geen metazoekers zijn die de complete Google in het pakket hebben (zie hieronder).
  5. De categorisatie die metazoekmachines bieden wordt ook door veel zoekmachines zelf geboden. Voorbeelden zijn Teoma en Exalead. Dat neemt niet natuurlijk niet weg dat u een metazoeker ook kunt gebruiken om het resultaat van een of meer zoekmachines te categoriseren die zelf geen categorisatie bieden. Veel metazoekers bieden op z'n minst in de Advanced Search hun gebruikers de mogelijkheid zelf een keuze uit de te bevragen zoekmachines te maken.
De voordelen van metazoekers zijn dus of betrekkelijk of gering. Daartegenover staan aanzienlijke nadelen:
  1. De meeste metazoekers hebben Google niet in het pakket zitten. Ik durf niet te beweren dat er niet één is die dat doet, maar ik weet wel dat er diverse metazoekers zijn die ten onrechte melden dat ze treffers in hun zoekresultaat bij Google halen. KillerInfo, Dogpile, Metacrawler en Zoeken.nl zijn daar voorbeelden van. Proef op de som: vergelijk Google met KillerInfo, Dogpile, Metacrawler en Vinden.nl, alle vier metazoekers die zeggen Google in het pakket te hebben. In werkelijkheid hebben ze wel resultaten van Google, maar die komen vermoedelijk bij Netscape of AOL vandaan, die een deel van Google's database gebruiken. Voor vragen met veel treffers is dit geen bezwaar, maar waar Google als enige een of een paar treffers heeft, mist u dus het een en ander.
  2. Veel metazoekers hebben geen of weinig benul van het feit dat het aantal zoekmachines met een eigen database niet zo groot is. Heel wat zoekmachines halen hun resultaten ergens anders, met als gevolg dat een metazoeker in zijn resultaat een treffer die uit één database komt maar door meer zoekmachines wordt gevonden, ten onrechte hoog in de ranking zet. Voor de hand liggende voorbeelden zijn AlltheWeb/Altavista, Looksmart/Wisenut, Google/AOL/Netscape en Ask Jeeves/Lycos. (Voor een, inmiddels al weer gedateerd overzicht van de ingewikkelde relaties tussen zoekmachines en de databases waar ze hun resultaten uit halen, zie de Search Engine Chart.) In alle gevallen dat u in het zoekresultaat van een metazoeker bij meer dan een treffer twee of meer zoekmachines met eenzelfde positie tegenkomt, is de kans groot dat u met resultaten uit één database te maken hebt.
  3. Iets waar je bij metazoekmachines ook altijd op moet letten is of ze de ontwikkelingen bij de achterliggende zoekmachines wel behoorlijk volgen. Een voorbeeld is de overgang van MSN Search van Inktomi naar een eigen database, aan het begin van dit jaar. Nu, een half jaar later, serveren KillerInfo, Mamma en Ithaki (met een rating van resp. 8, 9 en 10 van de Metasearch Guide) nog steeds de resultaten van de oude database, die MSN kennelijk ook nog altijd online heeft. Zie hier de resultaten op dezelfde vraag bij de nieuwe MSN Search.
  4. Meer in het algemeen vind ik de resultaten die metazoekmachines leveren te onbetrouwbaar. De hierboven genoemde metazoekers zijn in veel opzichten nog goede uitzonderingen: ze geven informatie over welke zoekmachines ze gebruiken, gebruiken die (meestal) ook en vermelden in het zoekresultaat de zoekmachines waar ze treffers vandaan hebben en de plaats die die treffers in de oorspronkelijke ranking innemen. Dat maakt ze nog enigszins controleerbaar. De meeste metazoekers verschaffen die informatie niet. Dat kan betekenen dat je morgen met andere zoekmachines zoekt dan vandaag, dat de metazoeker nog maar één zoekmachine aan het werk zet, dat alleen nog tweederangs zoekmachines worden bevraagd etc.
En dan laat ik de voordelen van de oorspronkelijke zoekmachines: spellingcontrole, toegang tot naslaginformatie, cachekopieën, Similar pages etc. nog buiten beschouwing.

Reacties? Graag...

Permalink

12.6.05

Yahoo

Bent u ook een Googelaar? Zo ja, dan is dat waarschijnlijk om twee redenen die u belangrijk vindt:

  • al jaren geldt Google als een van de grootste, zo niet de grootste zoekmachine. Dat betekent dat u, als u met één zoekmachine zoekt, door de bank genomen met Google de beste kans maakt op het Web het document te vinden dat u zoekt (known-item search) of een document over een onderwerp te vinden waarover maar heel weinig documenten te vinden zijn (onderwerpszoeken).

  • dank zij zijn rankingmechanisme levert Google bij veel vragen bij de eerste 10-30 treffers relevante resultaten; dat betekent dat u bij een groot zoekresultaat weinig tijd kwijt bent aan het doornemen van (en u ergeren aan) irrelevante treffers.

  • Geen wonder dat deze twee punten een belangrijk aspect vormen van de strijd die andere grote mondiale zoekmachines tegen de hegemonie van Google voeren. En het is beslist de moeite waard zo nu en dan eens na te gaan of uw favoriete zoekmachine die eer nog wel verdient.

    Neem de omvang van de linkdatabase. Volgens Google zelf doorzoekt de zoekmachine momenteel iets meer dan 8 miljard webpagina's, waarbij overigens onduidelijk is of dat aantal moet worden uitgebreid met de door Google ook gevonden documenten die geen webpagina's zijn: PDF- en DOC-bestanden bijvoorbeeld, en documenten in nog een heleboel andere formaten. Ook onduidelijk is of in dat aantal ook de webpagina's zijn inbegrepen waarvan Google alleen de uitgaande links en anchors heeft geïndexeerd. Dat zijn de pagina's waarvan je de sporen tegenkomt als je bij Google een webpagina vindt die een van de zoektermen niet zelf bevat, maar enkel gevonden is op het bestaan van die zoekterm in het anchor van een andere pagina. (Zoek bij Google maar eens naar: leiden -intext:leiden -intitle:leiden -inurl:leiden en bekijk de cacheversies van de gevonden treffers.)

    Ik dwaal weer eens af. Ten minste acht miljard pagina's voor Google dus, vergeleken met (naar eigen zeggen) vijf miljard voor MSN Search, vier miljard (gangbare schatting) voor Yahoo!, drie à vier miljard (gangbare schatting) voor Teoma/Ask Jeeves, ruim twee miljard (naar eigen zeggen) voor Gigablast en ongeveer een miljard voor de hekkesluiters in de miljardairsclub, Wisenut en Exalead. Maar wie regelmatig met andere zoekmachines dan Google zoekt, en dan ook kijkt naar de aantallen treffers beneden de 1000 die Google en de andere zoekmachines werkelijk tonen, doet andere indrukken op: namelijk dat Google wel groter is dan Yahoo!, maar zeker niet twee keer zo groot (althans niet wat het aantal werkelijk geïndexeerde documenten betreft) en dat Yahoo! een stuk groter is dan MSN Search. En die indruk wordt bevestigd door een studie van Gulli en Signorini waarin de omvang van het zichtbare Web op meer dan 11,5 miljard pagina's wordt geschat, waarvan Google er ruim 76% indexeert, Yahoo! ruim 69% en MSN Search bijna 62%.

    In de meeste gevallen belangrijker dan de grootte van de linkdatabase is de relevantie van het zoekresultaat, en, zoals gezegd, ook op dit punt is het goed Google regelmatig met andere zoekmachines te blijven vergelijken. Een test die AOL France door VeriTest heeft laten doen om de resultaten van Exalead te vergelijken met die van Google vormt in dit opzicht interessante lectuur, evenals een eerdere test die door hetzelfde bedrijf in opdracht van Inktomi (thans eigendom van Yahoo!) is uitgevoerd. Als we VeriTest mogen geloven, zouden er minstens twee zoekmachines zijn die op relevantie beter scoren dan Google. Dan is er ook nog Teoma, dat met zijn Subject-Specific Popularity een in elk geval theoretisch aantrekkelijk concept voor de ranking van zoekresultaten heeft.

    Gelukkig hoeven we, als we zoekmachines willen vergelijken, niet alleen maar af te gaan op het oordeel van anderen. Er zijn diverse sites die ons in staat stellen voor diverse zoekmachines de zoekresultaten van één vraag naast elkaar te krijgen en daarbij ook de overlap bij de eerste 10-100 treffers te bekijken. Mooie voorbeelden zijn de Rank Comparison Engine van de al eerder genoemde Gulli en Signorini en Thumbshots Ranking. Hier kunt u, aan de hand van uw eigen vragen, zich een oordeel proberen te vormen wat in termen van relevantie de beste zoekmachine is.

    Als u niet te lang wacht kunt u dat ook nog samen doen in een project dat Barry Schwartz heeft opgezet in The Search Engine Relevancy Challenge. Daarbij wordt gebruik gemaakt van RustySearch, een metazoekmachine die willekeurige treffers van diverse grote zoekmachines in één resultatenlijst combineert. Als u treffers uit die lijst hebt aangeklikt en bekeken, wordt u gevraagd op een schaal van 1-5 een oordeel (poor -- excellent) over die treffer te geven. Vervolgens wordt dat oordeel verwerkt in een oordeel dat alle deelnemers te zamen, zonder te weten welke zoekmachine de door hen bekeken treffers heeft geleverd, over de diverse zoekmachines hebben gegeven. Op 19 mei jl. had Yahoo! een minieme voorsprong op Google, een iets grotere op Ask Jeeves/Teoma, terwijl MSN Search met een tamelijk grote achterstand op de vierde plaats stond. Ook dat laatste strookt met mijn eigen indrukken: op de een of andere manier herkent MSN minder goed phrases.

    Het aardige van The Search Engine Relevancy Challenge is dat daarin ook de irrelevante resultaten van zoekmachines bij de beoordeling een rol spelen. Vaak is het antwoord op een vraag al in drie of vier snippets in de resultatenlijst zichtbaar. Hoe minder die treffers door evident irrelevante missers worden afgewisseld, des te sneller men het antwoord heeft. Irrelevantie is net zo'n goed criterium om de relevantie van zoekmachines te meten als relevantie zelf.

    Eén ding moet MSN Search intussen wel worden nagegeven: in de Search Builder biedt die zoekmachine de mogelijkheid het zoekresultaat te sorteren op actualiteit, populariteit en relevantie (in relatie tot de zoekvraag). Ervan afgezien of dit goed werkt, drukt het je wel met de neus op het feit dat ook zoekmachines als Google en Yahoo!, die zo'n sortering niet hebben, in hun ranking waarschijnlijk algoritmen hebben opgenomen die ervoor zorgen dat treffers uit alle drie de groepen (populair, relevant, actueel) hoog in de ranking eindigen.

    Ook al is het waar dat de wereld in snel tempo googlificeert, laten we Yahoo! -- dat in een aantal opzichten, bijvoorbeeld wat de integratie van gebruikersdiensten betreft, verder is dan Google --, niet uitvlakken.

    Voor een kersverse vergelijking van zoekmachines, lees ook CNETs Searching beyond Google and Yahoo: nine online search engines compared.

    Permalink

    7.6.05

    Een paar vertaaltips

    Naar aanleiding van mijn vorige stukje over het gebruik van het prefix link: in Google schreef David in een 'comment' dat hij gewend is het prefix site:www.xyz.com te gebruiken, maar verder niet met prefixen in Google werkt.
    Ik kan me dat wel voorstellen, want Google's rankingmechanisme -- de volgorde waarin het treffers in een zoekresultaat presenteert -- is zodanig dat ook zonder het gebruik van prefixen relevante treffers boven in het zoekresultaat eindigen. En dan zie je dat de eerst gepresenteerde treffers de zoekterm(en) vaak in de titel of in de URL hebben, wat het gebruik van de prefixen intitle: en/of inurl: die Google ook heeft, in veel gevallen onnodig maakt. In een latere post zal ik nog eens op dit onderwerp terugkomen en u proberen over te halen de intelligentie van uw zoekmachine met uw eigen intelligentie te combineren, maar nu volsta ik degenen die meer van de Google-taal willen weten (en de site nog niet kennen) te verwijzen naar een prachtige interactieve handleiding, de Google Guide van Nancy Blachman.

    In dit stukje wilde ik het over iets anders hebben. Stel, u moet een handleiding in het Nederlands schrijven over de nieuwe catalogussoftware die uw bibliotheek onlangs in gebruik heeft genomen en u moet daarvoor diverse schermen beschrijven die alleen in het Engels beschikbaar zijn. Dan zit u met het probleem dat u allerlei technische termen van Windows in het Engels naar het Nederlands moet vertalen. Kan het Web u daarbij hulp bieden?

    Ja, dat kan. Er bestaan duizenden woordenboeken (dictionaries) en woordenlijsten (glossaries) op het Web, en er zijn diverse grote verzamelingen waarin er een heleboel zijn ondergebracht. Daar kunt u naar op zoek, bij voorkeur via een directory (webgids) zoals het Open Directory Project of Google Directory, maar de kans dat u daar in dit geval vindt wat u zoekt, lijkt me klein. Bovendien is er een veel snellere manier, die voor alle woordenboeken en woordenlijsten werkt. Daarvoor is nodig dat u een of twee willekeurige termen van het speciale jargon dat u interesseert in de ene taal kent en ook een of twee termen in de andere taal. Die termen hoeven niet elkaars vertaling te zijn, ze hoeven alleen tot het speciale jargon te behoren en tot de twee verschillende talen: de brontaal en de doeltaal. De clou is dat door het gebruik van twee talen in een speciaal jargon door elkaar heen u precies die documenten vindt waarnaar u op zoek bent: woordenboeken en woordenlijsten.

    Een voorbeeld voor Windows-termen: zoek met Google: "message box" keuzerondje. Resultaat: twee treffers, die u niet op een andere manier gevonden zou hebben. Voor woordenlijsten waarvan u verwacht dat ze heel lang zullen zijn, kunt u overigens beter Yahoo! of MSN Search gebruiken, die indexeren een groter deel van erg lange documenten dan Google doet.

    Ik zei net dat deze truc op alle woordenlijsten toepasbaar is, daarom nog een voorbeeld: u zoekt het Engelse woord voor visspaan en u kent het Engelse woord voor mes. Zoek met visspaan en knife en in een mum van tijd weet u dat het woord dat u zoekt "skimmer" is. Werkt niet altijd, maar vaak genoeg.

    De tweede tip is gebaseerd op iets wat me vandaag overkwam. In de Leidse UB bestaat al ik weet niet hoeveel jaar de goede gewoonte tentoonstellingen te organiseren die meer of minder met de prachtige collectie van onze bibliotheek te maken hebben. Dat heeft een niet onaanzienlijke PR-waarde, want die tentoonstellingen halen regelmatig de landelijke pers (onder meer de NRC met Dirk van Delft), maar het brengt onszelf ook dichter bij het materiaal waarop wij anderen moeten kunnen attenderen. En last but not least: het herinnert de geleerden die onze bibliotheek bezoeken aan het feit dat er nog hard gewerkt moet worden om in de schaduw van hun voorgangers te kunnen staan. Sinds een jaar of twee mag ik de tentoonstellingscatalogi corrigeren waarmee die tentoonstellingen vaak gepaard gaan en die verschijnen in de reeks "Kleine publicaties". Vandaag had ik er een onder handen over de grote geleerde Josephus Justus Scaliger, over wie vanaf eind juni een tentoonstelling in de UB Leiden zal worden gehouden. Ergens in de tekst kwam ik de volgende titel van een Leids handschrift tegen: "Scaligeri Versionea carminum latinorum et graecorum". Een beetje Latijn ken ik nog wel, maar "versionea"? Nooit eerder gezien. Latijnse woordenboeken bij de algemene naslagwerken boden geen uitkomst, en het enige wat Google te bieden had was dat het woord kennelijk in het Spaans en het Roemeens voorkomt. Maar tussen 1700 treffers die (misschien) ene Latijnse te vinden, dat leek nogal een klus.

    Nu maken de grote zoekmachines het mogelijk om op taal te zoeken: Google en Yahoo! bieden die mogelijkheid allebei in de Advanced Search, alleen: Latijn zit daar niet bij. En het is in de Advanced Search wel mogelijk Spaans en Roemeens als de taal van de gezochte documenten te specificeren, maar het is niet mogelijk om dat in het negatieve te doen; ik wilde immers een document tussen de 1700 van Google dat niet in het Spaans of Roemeens was,

    Hier bieden twee andere zoekmachines uitkomst die met het prefix language:, resp. lang: in de Basic Search kunnen werken: MSN Search en Teoma. Omdat language: resp. lang: hier ook als prefix in een commandoregel kan worden gebruikt, kan de taal ook worden uitgesloten. Gebruik van de Nederlandse MSN Search met de zoekvraag versionea -language:es leverde als eerste treffer de gezochte titel op, nota bene bij de handschriftenafdeling van mijn eigen bibliotheek.

    Wel met een beetje geluk overigens. Als ik met de Amerikaanse MSN Search had gezocht, zou die andere resultaten hebben gegeven (MSN Search geeft per landversie verschillend geordende -- en soms ook verschillende -- resultaten) en een zoekactie met versionea -language:es -language:ro zou om de een of andere reden ook niet meteen het gewenste resultaat hebben opgeleverd.

    Een waarschuwing is nog wel op haar plaats: net zomin als in de NCC of PiCarta werkt de taalbeperking bij webzoekmachines geheel vlekkeloos.

    Permalink

    5.6.05

    Links

    Nog niet eens officieel van start, en nu al reacties! U bent te goed! Te meer omdat u zo vriendelijk en opbouwend bent.
    Opbouwend? Ja, er was één kritische noot over de links die in het menu links van dit tekstje staan. Helemaal terecht, ik ga er ook iets aan doen, maar tot dit en nog een paar stukjes verschenen zijn, hebben ze een bedoeling.
    Wat is het geval? Het verschijnsel blog had ik een jaar of vijf geleden al eens ontdekt, maar ik had me er nooit verder in verdiept. Pas in september of oktober van het vorig jaar ben ik er eens beter naar gaan kijken, en heb toen ook de RSS-feeds herontdekt, waarover u na de verschijning van het laatste nummer van IP hopelijk alles weet. Ik heb een RSS-reader gedownload en ben toen op zoek gegaan naar allerlei soorten voor mij interessante nieuwsbronnen -- blogs zoals die van John Battelle en Phil Bradley, nieuwsbrieven zoals Gary Price's Resourceshelf en resultaten van zoekmachines zoals Moreover -- die een RSS- of een Atom-feed hadden. Die feeds heb ik in mijn Saucereader geplakt en ben vervolgens bedolven onder een hoeveelheid nieuws over zoeken en zoekmachines waar je niet goed van wordt. Gelukkig is onlangs mijn Windows XP gecrashed, zodat na het opnieuw formatteren van mijn C-schijf alle berichten in één keer van mijn computer verwijderd zijn. Wel had ik -- met meer geluk dan wijsheid -- alle feeds als OPML-bestand uit Saucereader geëxporteerd en op mijn D-schijf opgeslagen. Een flink gedeelte daarvan vindt u in het linker menu.

    Ik wilde het met u hebben over de manier waarop je interessante blogs, nieuwsbrieven etc. opspoort. Of liever, hoe ik dat heb gedaan, er zijn vast andere en betere manieren om dat te doen (Reageer! Reageer!)
    Om te beginnen kende ik de bekende kanonnen en hun schrijfsels natuurlijk wel. Tara Calishains ResearchBuzz, Danny Sullivans et al. Search Engine Watch en Gary Price's ResourceShelf volg ik op de onsystematische manier die mijn zwakte is, al jaren. Wel, dat feit stelde mij in staat een methode van zoeken toe te passen die mij altijd van innige tevredenheid vervult. Ik noem het maar de "Zwaan-kleef-aan"-methode, maar ik weet zeker dat er een goede officiële Engelse en/of Nederlandse naam voor bestaat. Het is een methode die, heel simpel, datgene wat je weet gebruikt om wat je niet weet op het spoor te komen. En ze is in allerlei gevallen toepasbaar. Op zoek naar alle geneesmiddelen die de afgelopen tien of twintig jaar in de VS eerst goedgekeurd en daarna weer van de markt gehaald zijn? Doe geen moeite om die vraag in moeizame zoekvragen als "United States" "retracted drugs" OR "drugs were retracted" bij Google onder te brengen, maar gebruik Vioxx en Rezulin als zoektermen als u die leden van de 'familie' van teruggetrokken geneesmiddelen al kent. Nu wordt het leuk, want in de documenten die u vindt, staan vrijwel zeker andere teruggeroepen ('recalled') geneesmiddelen genoemd, en als u die een voor een aan de vraagstelling toevoegt, hebt u ten slotte als enige treffer de lijst waarnaar u op zoek bent. Al doende bent u er trouwens ook achter gekomen wat de technische termen voor teruggetrokken geneesmiddelen zijn.
    Dezelfde truc is ook toe te passen op het vinden van websites en webpagina's. Dat kan dank zij het feit dat er zoveel mensen zijn die, om het maar oneerbiedig te zeggen, hun bookmarkbestanden op het Web publiceren. Als ik wil weten welke nationale filmdatabases er zijn naast de internationale IMDB en ik ken een Nederlandse en een Deense, dan kan Yahoo! voor mij met de opdracht link:http://www.nfdb.nl/ AND link:http://www.danskefilm.dk/ die ene Franse pagina vinden die naar allebei de filmdatabases -- en naar een stel andere die ik nog niet kende -- linkt. De nieuwe links die ik daar vind, kan ik vervolgens nog eens gebruiken voor een nieuwe link:http://... link:http://... opdracht, voor het geval de Franse pagina er een paar gemist zou hebben; ik vind dan pagina's die misschien niet naar de Nederlandse en/of Deense databases linken, maar wel naar andere (bijvoorbeeld Bollywoodse) filmdatabases.
    link: ... link:... is een heerlijke zoekmogelijkheid, bij Yahoo! en MSN Search beschikbaar, maar helaas niet bij mijn favoriete Google.
    Terug naar de blogs. Op de hierboven beschreven manier ben ik ook begonnen een lijstje van potentieel voor zoekers interessante nieuwsbronnen te verzamelen. Wat natuurlijk ook hielp, is dat veel bloggers een blogroll op hun weblog plaatsen, dat is het soort lijst zoals hier links van (al dan niet gevolgde) andere blogs en nieuwsbronnen die ze kennen.
    Overigens, via link: ... link: ... vond ik ook een mooi weblog dat wat ik graag zou willen, allemaal heel goed doet. Als u, terecht, ontevreden bent over de lange lijst hiernaast, kijk dan eens op Planet Search (http://www.johnhesch.com/planet/se/).
    Mijn lijst blijft nog even staan, sterker nog, hij wordt nog langer. Een volgende keer ga ik proberen in dit blog een zoekregel te maken waarmee ze allemaal te doorzoeken zijn.

    Permalink