Lessen uit krakers
Deze week ben ik 67 geworden. Dat is een leeftijd waarop anderen zich -- soms wel eens hardop -- afvragen hoe je je tijd eigenlijk besteedt. De implicatie is dan soms dat je veel tijd hebt.
Nu, in mijn geval is dat niet zo. Ik schrijf graag, en als ik meer tijd had zou ik meer voor dit blog schrijven -- maar helaas, ik moet er echt de tijd voor maken.
Momenteel ben ik bezig met de vertaling van een dikke China-reisgids, ik moet tijd vinden om een begonnen opknapbeurt in mijn huis af te maken en daarbij loopt dan ook nog de Krakercompetitie.
Over dat laatste gaat deze post.
Voor wie nog niet weet wat de Nationale Krakercompetitie is: het is een competitie die jaarlijks tussen eind oktober en eind november wordt gehouden in zoeken op internet. De deelnemers, tegenwoordig zo'n 2000 in getal, moeten gedurende vier weken in totaal 28 vragen beantwoorden die door een redactie van bibliothecarissen en andere zoekers zijn opgesteld. De competitie is een initiatief vanuit de openbare bibliotheekwereld, partners in het project zijn Overheid.nl, nrc.next en Google Nederland. Men kan individueel meedoen of als team. Voor meer info, zie: Nationale Krakercompetitie.
Zoals gezegd worden de vragen voor de Krakercompetitie opgesteld door een redactie, die momenteel uit vijf mannen en één vrouw bestaat. Zij verzinnen de vragen en testen die voor een deel ook. De samenstelling is niet constant: soms houden redactieleden het na een tijdje voor gezien, soms krijgt het team versterking van nieuw bloed. Dat is ook wel goed, want het blijkt dat elke vragensteller zo zijn voorkeuren heeft voor bepaalde typen vragen. (Die diversiteit aan voorkeuren komt overigens overeen met een diversiteit aan voorkeuren bij de deelnemers.) Zo heeft een van mijn collega-vragenstellers een voorkeur voor vragen waarvan het antwoord in Nederlandse plaatselijke of regionale archieven of databases moet worden gevonden, terwijl een andere (inmiddels ex-)redacteur zich specialiseerde in virtuoze drie- of viertrapsraketten: vragen die stukje bij beetje moeten worden opgelost door steeds verder door te gaan met een eerder gevonden stukje informatie. Weer andere collega's zoeken het in internet-cryptogrammen, waarbij niet voorop hoeft te staan waar het antwoord op een vraag moet worden gezocht, maar hoe. Bij zulke vragen doet de vraagsteller moeite de deelnemers zoveel mogelijk in het ongewisse te laten over de zoektermen die ze moeten gebruiken. Combinaties van deze typen vraagstellingen komen uiteraard ook voor.
Een element dat ik nog niet genoemd heb maar dat van meet af aan een rol in deze competitie heeft gespeeld is het openen van werelden die zij misschien nog niet kennen voor de deelnemers. Een interessant leven, een interessant boek of muziekstuk, een interessante film -- het kan allemaal onderwerp voor een vraag zijn. Ik herinner mij een vraag van een collega over een postzegel van een onmogelijk klein eilandje van de Britse kroon voor de Franse kust waar een heel geschiedenisverhaal achter school. Ikzelf heb een lichte voorkur voor het scandaleuze.
Een type vragen dat wij doorgaans proberen te vermijden zijn zogeheten "instinkers". Dat zijn vragen waarbij deelnemers opzettelijk naar een verkeerd antwoord worden geleid. Dat zou kunnen, want om praktische redenen is de competitie er een met multiple-choicevragen. Wij hebben daar echter slechte ervaringen mee. Niet met opzettelijke instinkers, want -- een enkele uitzondering daargelaten -- die proberen we te vermijden, maar met onopzettelijke; dat zijn vragen waarop, ook tot onze eigen verrassing, als je ze op een andere manier leest dan ze bedoeld zijn, een antwoord mogelijk blijkt te zijn dat ook bij de gegeven antwoordopties zit maar niet het bedoelde antwoord is.
Dat betekent dat het stellen van vragen een beetje spitsroeden lopen is: enerzijds moet de vraag zoveel identificeerbare elementen bevatten dat er niet meer dan één antwoord op mogelijk is, anderzijds kan elke toegevoegde informatie in een vraag voor misverstanden zorgen -- of de oplossing via Google c.s. stomeenvoudig maken. Op dit punt gaat het nog wel eens mis, met -- niet helemaal onbegrijpelijk -- een hoop consternatie tot gevolg
Mijn eigen voorkeur voor vragen kan ik in twee typen samenvatten: enerzijds vragen waarvan de antwoorden te vinden blijken te zijn op onverwachte plaatsen, anderzijds vragen die een correct gebruik van zoekmachines of databases vereisen. Speciaal bij dat laatste type probeer ik -- frik die ik ben -- iets leerzaams in te bouwen. Bij wijze van voorbeeld noem ik er een paar van dit jaar.
Een van mijn vragen was de volgende:
"In de nacht van 25 op 26 september -- of, volgens een andere bron, oktober -- 1829 werd uit een paleis in of bij Brussel een ware schat aan sieraden en juwelen gestolen: "honderden geslepen en duizenden ongeslepen briljanten" (aldus een nogal overdrijvende zegsman) en andere edel- en halfedelstenen, waaronder een saffier van meer dan 160 karaat. Slachtoffers van de diefstal waren prins Willem Frederik George Lodewijk, de latere koning Willem II van Nederland, en zijn vrouw, grootvorstin Anna Paulowna, dochter van de Russische tsaar Paul I. Meteen staken onder het volk allerlei geruchten de kop op: de lievelingsaap van de prinses, Sambino, zou de dader zijn; of wellicht een geheime minnaar van de prinses; of, nog erger, de door speelschulden achtervolgde prins zou zelf de misdaad hebben begaan en zou de juwelen hebben verpand. Maar de werkelijke dief bleek een 53-jarige Zwitser te zijn, die de buit in een bos bij Brussel begroef. Later verstopte hij een deel ervan in een speelgoedbeest, een invalidenkruk -- of misschien een wandelstok -- en het handvat van een paraplu. Twee jaar later werd de dader -- die inmiddels in gezelschap was van een vrouwelijke medeplichtige -- gearresteerd, en op 8 maart 1834 werd hij tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. De buit, waaronder de saffier van 162 of 163 karaat, is dan alweer in het bezit van de rechtmatige eigenaren.
Vraag: Na de arrestatie van de dief wist diens vrouwelijke medeplichtige aanvankelijk met een deel van de buit naar Liverpool te ontsnappen. Hoe heette het schip dat haar terug naar Engeland bracht?"
De simpele les van deze vraag was dat je bij het zoeken naar informatie op tijd, plaats en type moet letten. Bij het volgen van het verhaal, waarvan ruimschoots voldoende bijzonderheden in de inleiding tot de vraag worden verstrekt, vindt men al gauw dat de dief, een zekere Constant Polari, in 1829 met de buit naar Brooklyn is geëmigreerd. Voor wie dat feit gevonden heeft, moet het duidelijk zijn dat bij de vraag "Hoe heette het schip dat haar terug naar Engeland bracht" de Brooklynconnectie sterk is. Verder gaat het om efemere informatie zoals je die in een krant vindt, en om iets dat in de 19e eeuw speelt. Alles bij elkaar een goede reden om eens naar historische kranten in de VS te kijken. En inderdaad, het antwoord is te vinden in de Brooklyn Daily Eagle, waarvan het archief 1841-1902 op internet staat.
Nu is zoiets achteraf voor de vraagsteller gemakkelijk beredeneerd; voor een deelnemer zijn er nog tal van andere meer of minder logische wegen te bewandelen. Een daarvan is Google Books (en soortgelijke projecten), waar in verband met copyrightkwesties en de scanbaarheid van drukwerk ook een onevenredig grote hoeveelheid informatie van de 19e eeuw te vinden is. En inderdaad waren er deelnemers die het antwoord daar vonden.
Deze vraag betrof een diefstal van juwelen van een Nederlandse prins en zijn echtgenote, uit een Brussels kasteel, waarbij het antwoord in een krant van de overkant van de grote plas moest worden gevonden. Nu het andere type:
"De gitaar ook in ons land een veel bespeeld en gehoord instrument. Namen van bekende gitaristen van weleer die radioluisteraars zich ongetwijfeld zullen herinneren zijn die van Eddy Christiani, ook bekend als zanger, Wim Overgaauw en Wim Sanders. Van hen -- of ensembles waarin zij speelden -- bestaan in resp. 1979, 1978 en 1973 uitgebrachte plaatopnamen waarop zij te beluisteren zijn in hetzelfde nummer van nog weer een andere gitarist.
Vraag: Hoe luidt de tweede initiaal van de zangeres in dit nummer in de Philipsopname waarin Wim Sanders de gitarist is?"
Bij deze vraag kon men met een paar voor de hand liggende zoektermen al gauw uitkomen op een database van Fonos -- het Nederlands Muziekarchief. In deze database kan op twee manieren worden gezocht, eenvoudig en geavanceerd. Een beetje onhandig is dat de geavanceerde zoekmodus pas wordt aangeboden nadat je een eenvoudige zoekactie gedaan hebt. Met twee geavanceerde zoekacties met Eddy Christiani, resp. Wim Overgaauw in het veld Artiest en 1979 resp. 1978 in het veld Releasejaar kon gemakkelijk worden opgespoord dat "hetzelfde nummer" waarvan in de vraag sprake is, het lied Snipverkouden moest zijn. Daarna kon worden geverifieerd dat de componist hiervan, Jan Mol, inderdaad een gitarist was.
Maar nu werd het moeilijker. Zoeken op Wim Sanders in het veld Artiest en 1973 in het veld Releasejaar levert niets op; de reden is dat Wim Sanders in de te vinden opname deel uitmaakte van een ensemble. Wel is het mogelijk met Philips in het veld Label en 1973 als Releasejaar te zoeken, maar dat levert 36 treffers op, in de korte beschrijving waarvan de naam Wim sanders niet voorkomt. Verder bleek dat het weliswaar mogelijk was met het veld Tracktitel te zoeken, maar dat dit door de een of andere rare fout in de databasesoftware niet kon met tracktitels die uit maar één woord bestonden. (Vreemd genoeg bleek links trunceren, hoewel niet gedocumenteerd, hier wel te werken.) Maar de oplossing volgens het boekje was: informatie ontlenen aan de al gevonden twee records om het derde te vinden. In dit geval was die informatie dat bij de opname van Eddy Christiani in het veld Genre vermeld stond dat Snipverkouden een "luisterlied" is. Met die toevoeging in de vraag met Philips in het Labelveld en 1973 als Releasejaar bleven er drie opnamen over, waaronder een met het kwintet Paul Ruys, waarin Wim Sanders de gitaar bespeelde en die ook het nummer Snipverkouden bevatte. Zangeres op deze opname is Sanny Day, van wie ten slotte via Google gemakkelijk te achterhalen is dat haar tweede voornaam Elisabeth is.
Hier betreft de les het gebruik van databases.
1. Maak gebruik van de geavanceerde zoekmogelijkheden.
2. Gebruik informatie die je tijdens het zoeken aan andere records ontleent.
3. Kijk eens of een database ook ongedocumenteerde zoekmogelijkheden biedt.
U ziet, er valt nog weinig achter de geraniums te doen. Ik heb een van de deelnemers aan de Krakercompetitie gevraagd ook eens zijn kant van het verhaal hier te vertellen. Of hij tijd en zin heeft, weet ik nog niet, maar bij mijzelf kan het weer even duren voordat er weer een post komt. Druk, druk, druk!



1 Reacties:
Marten Hofstede meldt dat hij het 'druk druk druk' heeft. Dat herken ik maar al te goed. Daarom heb ik helaas geen tijd om aan de krakercompetitie mee te doen (hoewel ik het een erg leuk initiatief vind). Sterker nog, meestal ontbreekt het me zelfs aan de tijd en moed om Hofstede's doorwrochten artikelen goed te bestuderen! De onderwerpen zijn zeker interessant, maar het zou wat bondiger opgeschreven kunnen worden.
Overigens, niemand heeft behoefte aan weer zo'n weblog waar alleen korte berichtjes van andere weblogs verzameld worden, dus wat dat betreft is het IP-weblog zeker een aanvulling. Een suggestie: zou er niet een groepsblog van gemaakt kunnen worden? Naar het voorbeeld van www.denieuwereporter.nl.
Nee, ik stel me niet beschikbaar om er voor te schrijven - geen tijd! ;-)
Een reactie plaatsen
<< Home