Buitenlandse dissertaties
De bibliotheek waar ik bijna dertig jaar lang gewerkt heb, de bibliotheek van de Universiteit Leiden, is in 1983 van haar oorspronkelijke locatie aan het Rapenburg verhuisd naar het speciaal daarvoor gebouwde pand aan de Witte Singel waar we nu al meer dan twintig jaar gevestigd zijn. Al vrij kort daarna zijn enkele collega's van mij, met name de conservator oosterse handschriften -- met de prachtige officiële titel "interpres legati Warneriani" -- Jan Just Witkam, begonnen met het opzetten van kleine tentoonstellingen, meestal over delen van de eigen collectie van de bibliotheek, maar soms ook wel over bijzondere collecties van de vogels van diverse pluimage die de bibliotheek tot haar patroons mag rekenen. De eerste tentoonstelling ging over Willem van Oranje in de Leidse historiografie; sindsdien zijn er tentoonstellingen gevolgd over -- om maar een kleine greep te doen -- de Nobelprijswinnaar Nagib Mahfuz (1989), Fragmenten van middeleeuwse handschriften in de Leidse Universiteitsbibliotheek (1992), Boeken over en afbeeldingen van tulpen (1994), Bosnië-Herzegowina en de Islam (1996), Ludolph van Ceulen en de berekening van het getal pi (2000), Terrorisme in het nieuws. De gevolgen van 11 september van dag tot dag: de voorpagina's van het NRC Handelsblad (2002), en Gerrit Komrij, zestig jaar (2004). Interessante onderwerpen dus, uit de geschiedenis van de bibliotheek en de universtiteit, maar soms ook door de actualiteit geïnspireerd. Een tentoonstelling die mij persoonlijk is bijgebleven is die met de titel Wijsheid uit het Westen. De verspreiding van westerse literatuur in de moderne Arabische wereld, die in 2003 werd georganiseerd. Een eye-opener om te zien dat al in 1841 een boek van Voltaire in een Arabische vertaling in Cairo verscheen en dat in onze tijd vertalingen van schrijvers als Isabel Allende, Milan Kundera en Mario Vargas Llosa die traditie voortzetten.
Overigens is het niet alleen zware kost die op deze tentoonstellingen figureert: grote en kleine tentoonstellingen zijn ook aan (werk of pastiches van) Conan Doyle, Theo van Gogh en Marten Toonder gewijd.
Wie er meer over wil weten, vindt op http://ub.leidenuniv.nl/index.php3?m=17&c=152 een overzicht van alle tentoonstellingen die in de loop der jaren in de Leidse UB hebben plaatsgevonden, met onder meer verwijzingen naar de tentoonstellingscatalogi waarmee die vaak vergezeld zijn gegaan.
Maar, zult u zeggen, waarom deze uitweiding over tentoonstellingen, in een stukje onder de titel "Buitenlandse dissertaties"? Wel, buitenlandse dissertaties vormen het onderwerp van een nieuwe tentoonstelling die binnenkort in de Leidse UB zal worden gehouden. En een van de redenen om die collectie eens in het zonnetje te zetten is dat het overgrote deel ervan -- in de loop van meer dan 400 jaar de bibliotheek binnengekomen -- altijd grotendeels aan het zicht van onze patroons onttrokken is geweest doordat buitenlandse dissertaties niet gecatalogiseerd werden. Bij vier vijfde van de naar schatting een half miljoen van zulke dissertaties in onze magazijnen is dat het geval.
Het bezit van honderdduizenden buitenlandse dissertaties is natuurlijk niet iets dat uniek voor de Leidse UB is. Van de oudere universiteitsbibliotheken in Nederland bezitten in elk geval die van Utrecht en Groningen aanzienlijke collecties. Die van Groningen is gecatalogiseerd en dus via de NCC of via Picarta te vinden, die van Utrecht -- tussen de 750.000 en een miljoen exemplaren groot -- is dat niet, op de dissertaties over diergeneeskunde na. De Amsterdamse UB bezat een collectie met een kastlengte van 2,5 km, maar heeft die enkele jaren geleden "opgeschoond" in een operatie waarbij eerst de eigen vakreferenten en daarna stafleden van de KB een selectie hebben gemaakt van wat bewaard moest blijven.
De aanwezigheid van grote aantallen ongecatalogiseerde publicaties in een bibliotheek is natuurlijk nogal apart. Onze indruk is dat de meeste ervan, in elk geval sinds de 19e eeuw, via ruilverkeer de bibliotheek zijn binnengekomen; de rest is vermoedelijk door hoogleraren verzameld die hun collecties later aan de bibliotheek hebben geschonken of nagelaten. Dat ze nooit gecatalogiseerd zijn heeft vermoedelijk als reden dat de wetenschappelijke waarde ervan aanvankelijk niet hoog werd aangeslagen. Anderzijds herinner ik me dat voor de klassieke letteren in de negentiende eeuw in elk geval voor Duitsland wel bibliografische hulpmiddelen voor dit soort materiaal bestonden.
Overigens is het in de Leidse UB niet zo dat alle buitenlandse dissertaties ongecatalogiseerd zijn, of als ze dat zijn, volstrekt onvindbaar. Naast de ca. 400.000 ongecatalogiseerde buitenlandse dissertaties waarvan hierboven sprake was, bezitten we ca. 100.000 gecatalogiseerde publicaties van dit type. En wat de niet gecatalogiseerde betreft, heeft er in elk geval de laatste tientallen jaren altijd een lijst bestaan waarop vermeld staat van welke universiteiten over welke periode de UB dissertaties bezit. Als een van onze patroons dan belangstelling voor een buitenlandse dissertatie toont die niet in de catalogus te vinden is, wordt aan de hand van die lijst gekeken of er een kans bestaat dat die in de collectie aanwezig is, en wordt vervolgens in het magazijn gekeken. Overigens vergt dat in veel gevallen ook nog raadpleging van bijvoorbeeld de bibliografie van Duitse proefschriften om het juiste jaar en de universiteit te vinden waar de promotie heeft plaatsgevonden.
Wie de lijst (zie: http://athena.leidenuniv.nl/ub/bc/index.php3?m=37&c=288) bekijkt, zal opmerken dat de diversiteit van de collectie erg groot is, maar dat er ook veel open plekken zijn. Het grootste deel bestaat uit Duitse en Franse dissertaties, maar ook steden als Baltimore, Dakar en Johannesburg ontbreken niet. Er zitten dissertaties tussen van universiteiten die al lang niet meer bestaan, zo goed als er ook proefschriften ontbreken van steden als Oxford en Cambridge. Van sommige steden, zoals St. Petersburg, bevat de collectie maar enkele of enkele tientallen dissertaties, ook al bestrijken die een periode van tientallen of honderden jaren; van andere, zoals Parijs, heeft de UB er tientallen of honderden kasten vol.
Ten behoeve van de tentoonstelling zijn collega's van mij de magazijnen eens in gedoken om te zien of de proefschriften van een zomaar bij elkaar geharkte selectie van beroemde wetenschappers in de collectie te vinden waren. Daarbij kwamen niet alleen de dissertaties van 19e- en 20e-eeuwers als Bergson, Bohr, madame Curie (nog geplaatst onder haar eigen naam, Sklodowska), Einstein, Hahn, Planck, Pirandello, Stresemann, Max Weber en Jung boven water, maar ook oudere curiositeiten als de Leipzigse dissertatie van Johann Friedrich Heckel (1640-1715),
Discursus Historico-Philologicus De Quaestione An Licitum Sit Foeminis Oscula Admittere (Historisch-filologische verhandeling over de vraag of het vrouwen toegestaan kussen toe te laten). Dit laatste voorbeeld laat zien dat zo'n collectie dissertaties ook een mooie bron vormt voor cultuurhistorisch onderzoek.
Wie naar zulke dissertaties op zoek moet, zal in veel gevallen nog moeite hebben ze te vinden, want ongecatalogiseerd zijn ze niet alleen in de Leidse collectie. De nationale of gemeenschappelijke universitaire catalogi van de diverse landen bieden een mogelijkheid, daarnaast bestanden als VD17 voor Duitsland en andere Duitssprekende landen. WorldCat heeft er ook heel wat, en daarnaast vind je dit materiaal ook nogal eens via Addall bij antiquariaten, die er soms -- op het eerste gezicht -- verbazingwekkend hoge bedragen voor vragen. Bij nader inzien niet zo verwonderlijk, het gaat -- mede door het niet catalogiseren -- hoe dan ook om zeldzaam materiaal, en er zijn genoeg mensen geïnteresseerd in de geschiedenis van hun vakgebied om een kleine, maar gretige afzetmarkt te vormen.
De tentoonstelling Hora est! On Dissertations is vanaf 8 december tot 4 februari volgend jaar te bezichtigen in de Tielehal van de Leidse UB. Er is een tentoonstellingscatalogus bij. Voor meer informatie zie: http://ub.leidenuniv.nl/index.php3?m=1&c=296.



0 Reacties:
Een reactie plaatsen
<< Home