Een vervolgproject voor de website van de KB met gedigitaliseerde historische kranten staat op losse schroeven. De KB wil uit de Tweede Wereldoorlog alle Nederlandse kranten, de verzetsbladen, maar ook de naziperiodieken voor zover beschikbaar digitaliseren en toegankelijk maken. Het laatste onderdeel van dit plan heeft geleid tot een waarschuwing van de kant van het ministerie van Justitie, in tweede instantie ook gesteund door de subsidiegever van de KB, het ministerie van OCW. Het ministerie van Justitie heeft de KB afgeraden het 'foute' materiaal online beschikbaar te stellen, omdat ze niet kunnen garanderen dat het Openbaar Ministerie niet zal overgaan tot vervolging van wat het ziet als vermenigvuldiging van strafbare uitingen, zo valt op het Archievenforum te lezen.
Deze bemoeienis van Justitie is om een aantal redenen opmerkelijk. Op de eerste plaats vanwege het tijdstip. De vrijheid om te publiceren is in Nederland gegarandeerd door artikel 7 van de Grondwet, waarin staat dat niemand vooraf toestemming nodig heeft om gedachten te openbaren behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die verantwoordelijkheid voor de wet wordt doorgaans achteraf getoetst als Justitie daar aanleiding voor vindt. Het voorafgaand aan publicatie dreigen met ingrijpen kan moeilijk opgevat worden als passend in de geest van dit grondrecht. Dat is dan ook zeer uitzonderlijk. Het feit dat het hier om inmenging van de staat gaat maakt de waarschuwing, die ook als verkapt dreigement opgevat kan worden, extra gevoelig. Een onafhankelijk jurist zou daartoe geraadpleegd de KB kunnen adviseren om voorzichtig te zijn. Maar hier treden twee ministeries namens de Nederlandse Staat op om een publicatie te verhinderen. Dat komt toch wel erg dichtbij censuur.
Dan kun je ook nog vraagtekens zetten bij de zin van een verbod van dit materiaal. In De Groene heeft historicus Frank van Vree erop gewezen dat veel periodieken die de KB wil digitaliseren, al lang openbaar zijn en ook deels toegankelijk via het internet. Zou Justitie inzage van nazikranten in bibliotheken willen gedogen, maar willen verbieden dat ze doorzoekbaar zijn op het internet? In welke eeuw leven we?
De mogelijke strafbaarheid van antisemitische uitingen is een discussiepunt. De herhaling of vermenigvuldiging van antisemitisme uit het verleden in een hedendaagse sociaal-politieke context met duidelijke implicaties van haatzaaierij kan inderdaad in strijd komen met de wet. Maar in de context van een geschiedenisproject? Wie heeft er nog bezwaren tegen de publicatie van Mein Kampf voor historische doeleinden? De vorige minister van OCW heeft drie jaar geleden, met vele anderen, nog openlijk gepleit voor het opheffen van het verbod op Mein Kampf.
Oud-hoogleraar Archiefwetenschap Ketelaar wijst erop dat je volgens de wet (waarvoor wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen) strafbaar bent als je anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving discrimineert of haat zaait. En hij concludeert dat het project van de Koninklijke Bibliotheek moet vallen onder de zakelijke berichtgeving. Dat lijkt mij ook meer dan vanzelfsprekend.
De grote vraag is waarom Justitie zich met dit KB-project heeft bemoeid. Was het angst voor klachten waarop gereageerd moet worden? Of worden de beoordelingskaders van de discriminatieartikelen alvast wat aangescherpt om straks met des te meer daadkracht Wilders aan te kunnen pakken. Het lijkt meer politiek dan recht.
Reacties