HomeRedactieblogOpenbaarheid van overheidsinformatie! Of blijven we twitteren?

Openbaarheid van overheidsinformatie! Of blijven we twitteren?

Avatar

Waardering:

  • 1 sterren
  • 2 ster
  • 3 ster
  • 4 ster
  • 5 ster

Jos van Dijk

In het voorjaar van 1996 deed ik mee aan een discussie over openbaarheid van overheidsinformatie op het internet. Het was allemaal nogal nieuw in die tijd, een debat via een e-maildiscussielijst. De initiatiefnemer, de Sdu, had de nodige aandacht besteed aan de vorm. Er waren verschillende discussielijnen, er was een moderator en er waren spelregels. Een communicatiewetenschapper deed onderzoek en het geheel werd afgerond met een boekje voor internet-gedepriveerden: Overheidsinformatie: van ons allen, voor ons allen? (Sdu, 1996).

In de evaluatie van de vorm zien we de zorgen die sindsdien veelvuldig zijn geuit over debatten op het internet. De impulsieve reacties waar je in een mondelinge discussie gemakkelijk aan voorbij gaat blijken in de geschreven vorm, leesbaar op het scherm, een andere lading te krijgen. "Krijgen ook hier de hardste schreeuwers hun zin?" lezen we in het verslag. En: "De discussieorde en spelregels zijn vaak moeilijk te handhaven." Je proeft de verwachting dat zo'n discussie via het internet toch beter zou moeten kunnen verlopen dan een chaotisch politiek debat in een zaaltje achter een café.

Niet de vorm maar het onderwerp van deze discussie was de reden waarom ik dit boekje weer eens heb opgezocht. Aanleiding voor het initiatief was toen de oproep van NRC-journalist Dick van Eijk om het internet meer te gebruiken voor de openbaarheid van overheidsinformatie. Kort tevoren was het rapport van de Commissie Van Traa over de opsporingsmethoden van de politie, een uitgave van de SDU, door bureau Jansen & Jansen illegaal op het internet gezet. In die wat internet  betreft euforische jaren negentig ontstond een optimistisch gevoel over de nieuwe mogelijkheden voor openbaarheid van overheidsinformatie. En daardoor een versterking van de democratie.

We zijn nu veertien jaar verder. Deze week werd over de beschikbaarheid van overheidsinformatie een conferentie gehouden, georganiseerd door het adviesbureau VKA. De problematiek ziet er wat anders uit. Er is inmiddels veel informatie van de overheid beschikbaar via het internet. Maar ook nog heel veel niet. Het principe ...van ons allen voor ons allen... is in Nederland in feite nog steeds niet goed verankerd in de wet. GroenLinks-kamerlid Mariko Peters heeft aangekondigd een initiatiefwet in te dienen omdat aanpassing van de WOB volledig stil ligt. Nederland loopt op dit gebied ver achter bij het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Bij de meeste overheidsinstanties overheerst een gesloten cultuur. Er zijn steeds minder onafhankelijke journalisten die erin slagen informatie boven tafel te krijgen die de overheid zelf niet vrijwillig afstaat. Zij staan tegenover een leger van voorlichters die de communicatie met de burger vanuit het belang van het ministerie, of een gemeente, stroomlijnen. Op elke journalist tellen we wel tien voorlichters in Nederland (NRC 4 juni j.l. "Tien keer zoveel mensen in pr als in pers"). Als die journalisten dan ook nog zoveel moeite moeten doen om gegevens te achterhalen, terwijl de mogelijkheden voor openbaarheid groter zijn dan ooit, dan moeten we niet verbaasd staan dat het politieke debat getekend blijft door chaos, ongeïnformeerdheid en impulsiviteit. Dan ligt een twitterdemocratie in het verschiet.


Reacties

  • De Rechtspraak, NARCIS en juridische bibliotheken kunnen samen een belangrijke bijdrage leveren om de samenhang tussen wetgeving, rechtspraak en wetenschap vrij op het web toegankelijk te maken. Lees Rechtspraak en digitale rechtsbronnen: nieuwe kansen, nieuwe plichten http://www.rechtspraak.nl/NR/rdonlyres/6F244371-265F-4348-B7BD-22EB0C892811/0/rechtstreeks20101.pdf

    Esther Hoorn @ 20-08-2010 09:53
Login om te reageren op dit artikel. Klik hier