TNO ontwikkelt instrument om kennis van conservatoren te borgen.
Veel conservatoren gaan de komende jaren met pensioen. Zij hebben een schat aan kennis die dreigt te verdwijnen. Niet opgeleid met het vanzelfsprekende gebruik van digitale tools en technieken ter ondersteuning van hun werkzaamheden, beschikken deze conservatoren over (vaak associatieve) kennis die niet is vastgelegd. Deze generatie conservatoren is opgeleid om objectgericht te werken, vanuit een specialisme en uitgaande van materiaalsoort en object (zoals schilderijen, numismatiek, textilia, kunstnijverheid). Specialisten blijven nodig, maar musea willen kennis nu programma- en vraaggestuurd genereren (gericht op deelcollectieoverstijgende tentoonstellingen en dito collectiethema’s).
Musea beschikken over software voor de registratie van hun collecties. De twee meest gebruikte systemen zijn Adlib en TMS. De databases zijn ingericht volgens internationale documentatiestandaard voor museumobjecten Spectrum en ondersteunen de Spectrum-procedurestandaard die ook in het Nederlands is vertaald.
Registratoren, collectiebeheerders, depotmedewerkers kunnen vaak goed uit de voeten met de bestaande collectiesystemen. De collectieregistratie is objectgericht: doel is voornamelijk beheer van de collectie. De kennis van conservatoren - verantwoordelijk voor de inhoudelijke ontsluiting - lijkt zich minder eenvoudig te vatten in een database waarbij objectbeschrijvingen uitgesplitst worden in talloze velden en subvelden.
Informatie moet daardoor eerst bijna anatomisch ontleed worden, in velden geplaatst worden waarna vervolgens relaties en verbanden gelegd kunnen worden. Deze werkwijze staat ver af van de manier waarop conservatoren kennis in het hoofd hebben. Ook worden ze niet uitgenodigd om op associatieve manier verbanden vast te leggen die alleen zij kennen. Zo is het lastig om informatie over ensembles (groepen ongelijksoortige objecten die vanwege inhoud, eigendom, geografie, etc bij elkaar horen) of volledige interieurs vast te leggen. Kennis blijft daardoor in de hoofden van conservatoren. Bij vertrek verliest het museum waardevolle informatie.
Om de kennis van conservatoren te behouden ontwikkelt de Museumvereniging samen met TNO een instrument dat door de hele museumsector gebruikt kan worden. Op 30 augustus a.s. gaan drie TNO-onderzoekers aan de slag in het Fries Museum in Leeuwarden. Zij krijgen een casus voorgeschoteld van een conservator die met pensioen gaat en leren hoe conservatoren werken en denken. Aan de hand van deze informatie ontwikkelen zij een prototype waarmee de kennis van conservatoren geborgd kan worden. Het prototype zal gepresenteerd worden op het Museumcongres dat op 7 en 8 oktober in Enschede plaatsvindt.
Reacties