Culturele organisaties moeten gebruikersparticipatie mogelijk maken en duurzame digitale toegang bieden.
Op 2 april jl. heeft de Raad voor Cultuur een advies over e-cultuur gepubliceerd. Het betreft de langverwachte opvolger van het advies 'Van i naar e' uit 2003. Het nieuwe advies heeft de titel 'Netwerken van betekenis' (pdf).
De Raad voor Cultuur pleit in het advies voor meer netwerken. Digitalisering vraagt volgens de raad om nieuwe strategieën van zowel culturele instellingen als de overheid. Culturele instellingen moeten vanuit hun specifieke identiteit en eigen kracht samenwerken. De overheid speelt hierbij een rol omdat zij de diversiteit en kwaliteit van het digitaal cultureel aanbod moet bevorderen.
De Raad benadrukt het belang van samenwerking. Culturele instellingen moeten met andere culturele instellingen samenwerken om gezamenlijk nieuwe producten en diensten te ontwikkelen en met organisaties uit andere sectoren om maatschappelijke vernieuwing te bewerkstelligen. Daarnaast moeten ze samenwerken met het publiek en vormgeven aan gebruikersparticipatie.
De Raad introduceert een raamwerk van drie typen cultureel onderzoek: vormonderzoek (experimenteren met nieuwe vormen en technologie), contextonderzoek (toepasbaarheid ervan binnen en buiten de cultuursector) en transformatieonderzoek (duurzame verankering in de samenleving). Een juiste balans en samenhang tussen deze drie soorten onderzoek is volgens de Raad kenmerkend voor een vitaal cultureel klimaat.
Een subsidievoorwaarde zou kunnen zijn dat instellingen niet alleen kerntaken maar ook 'netwerktaken' (taken op het gebied van samenwerking) formuleren. Dit bevordert volgens de Raad de innovatiekracht van de culturele sector.
Tot slot is de Raad van mening dat duurzame digitale toegang tot informatie moet worden gegarandeerd via regelgeving. Zo blijft met name informatie die met publieke financiering tot stand is gekomen beschikbaar in het publieke domein.
Reacties