HomeBijdragenBackoffice op de voorgrond (7): Return on investment

Backoffice op de voorgrond (7): Return on investment

Avatar

Matthijs van Otegem

Hoofd van Productie & Beheer, de backoffice van de Koninklijke Bibliotheek

De backoffice wordt zeer belangrijk voor de positionering van bibliotheek in de informatieketen, stelt Matthijs van Otegem. In een tweewekelijkse bijdrage gaat hij in op nieuwe ontwikkelingen. In deel 7: Return on investment.


Na inzicht in de total cost of ownership is een logische vervolgvraag: wat leveren onze inspanningen eigenlijk op? Wat is de return on investment? Omdat bibliotheken (nauwelijks) geld vragen voor hun producten is het meten van die opbrengst niet eenvoudig, maar het kan wel. Enkele jaren geleden publiceerde de British Library het onderzoeksrapport ‘Measuring our value’ (pdf). Voor elke pond belastinggeld dat gespendeerd werd aan de BL, zou de samenleving 4,40 pond aan baten terugkrijgen. Hoe wisten ze dat?!

Contingent valuation

De standaardmethode voor dit type onderzoek is contingent valuation. Omdat er voor publieke voorzieningen en goederen geen vrije markt is waar een prijs tot stand komt, moeten we de prijs via een omweg achterhalen. Dit gebeurt door een denkbeeldige markt te creëren, waarin mensen gevraagd wordt wat ze voor een voorziening over hebben. Daarvoor gebruikt men een vragenlijst.

De gebruikelijke vragen zijn:

  • Welk bedrag bent u bereid te betalen om de bibliotheek in stand te houden?
  • Welk minimum bedrag zou u bereid zijn als vergoeding te accepteren als de bibliotheek zou sluiten?
  • Wat zijn uw kosten (in tijd en geld) om gebruik te maken van de diensten van de bibliotheek?
  • Wat zou u moeten betalen om alternatieve diensten te gebruiken (als die er zijn) als de bibliotheek zou sluiten?

Los van deze algemene inleiding heeft de BL de onderzoeksopzet niet openbaar gemaakt. Jammer genoeg doet dat veel af aan het resultaat. Kleine nuances in de vragenlijst en aanpak kunnen grote verschillen veroorzaken. Alles staat en valt met de mate waarin de denkbeeldige markt overeenkomt met de werkelijkheid.Komt wat mensen zeggen dat ze zouden doen overeen met hun daadwerkelijke gedrag?

Voor wie meer inzicht wil in dit type onderzoek is dat van de State Library Florida een aanrader, omdat die alles – inclusief de vragenlijsten – wel heeft gepubliceerd. Zo hoort het, want dan kan iedereen voor zich een inschatting maken van de omvang van de kloof tussen hypothese en werkelijkheid. Dat bepaalt wat de resultaten werkelijk waard zijn.

Meten is weten?

In The regrettable necessity of contingent valuation zet Richard Epstein helder uiteen waarom deze methode goed werkt voor private goederen, maar problemen oplevert voor publieke goederen. Precies, zoals diensten van bibliotheken (zie een eerdere aflevering in deze serie: Informatie als economisch goed).

De belangrijkste bezwaren zijn drieledig. In de eerste plaats gaat de methode ervan uit dat een goed een gemiddelde positieve of negatieve waarde heeft, maar juist bij een publiek goed kan dit ver uiteenliggen. Iedereen vindt opvang van verslaafden een nobel gegeven, maar wie ernaast woont, denkt daar wellicht niet zo positief over.

Ten tweede valt het niet mee om het juiste element van het publieke goed te benoemen in de juiste context. Bijvoorbeeld: interbibliothecair leenverkeer is een tamelijk abstract begrip. Als je ernaar vraagt, zullen daarom veel mensen waarschijnlijk aangeven wel zonder te kunnen. Maar vraag je of mensen het belangrijk vinden dat burgers bij alle beschikbare informatie kunnen tegen kostprijs, dan wordt het een ander verhaal.

Tot slot schaalt de individuele waardering van een goed niet automatisch op naar het collectief. Houd je iemand een collectebus onder de neus, dan is er een redelijke kans dat iemand bereid is een euro te betalen voor het behoud van de korenwolf. Maar om hier nu 17 miljoen euro nationaal voor uit te trekken, wordt de meesten toch wat gortig.

Er valt dus nogal wat af te dingen op de methode van contingent valuation. Toch is er ondanks al deze bezwaren geen beter alternatief. Wie de waarde van een publieke dienst wil uitdrukken in harde euro’s blijft hierop aangewezen. En hoe erg is dat? Wij weten nu dat je dergelijke cijfers met een korreltje zout moet nemen, maar publicitair klinkt het wel goed: 4,40 pond aan baten voor elke pond die je investeert. Voor de British Library heeft het in ieder geval gewerkt!

Lees ook:

Backoffice op de voorgrond (1): In de cloud

Backoffice op de voorgrond (2): Hebben we de ziekte van Baumol? 

Backoffice op de voorgrond (3): Informatie als economisch goed 

Backoffice op de voorgrond (4): Bibliothecaris leert van econoom

Backoffice op de voorgrond (5): Total cost of ownership

Backoffice op de voorgrond (6): Het proces


Reacties

Er is nog niet gereageerd op dit artikel.
Login om te reageren op dit artikel. Klik hier
  Cialis Online AustraliaCialis WomenCialis OnlineViagra In Canada PfizerPurchase Sildenafil