HomeBijdragenBackoffice op de voorgrond (3): informatie als economisch goed

Backoffice op de voorgrond (3): informatie als economisch goed

Avatar

Matthijs van Otegem

Hoofd van Productie & Beheer, de backoffice van de Koninklijke Bibliotheek

De backoffice wordt zeer belangrijk voor de positionering van bibliotheek in de informatieketen, stelt Matthijs van Otegem. In een tweewekelijkse bijdrage gaat hij in op nieuwe ontwikkelingen. In deel 3: Informatie als economisch goed.

Laten we het zakelijk bekijken. Een bibliotheek verzamelt informatie, voegt waarde toe en zet de verrijkte informatie weer af. Informatie is het ‘goed’ waarin bibliotheken handelen. Het succes van een dienstverlener wordt vaak afgemeten aan het aantal transacties. Het ligt dus voor de hand om ons te verdiepen in de producteigenschappen van informatie en in de voorwaarden waaraan een succesvolle informatietransactie voldoet.

Informatie als economisch goed

Wat voor type ‘goed’ is informatie? Ruwweg valt te onderscheiden in twee eigenschappen wel/niet rivaliserend en wel/niet exclusief (voor een korte intro, zie Wikipedia). Rivaliserend betekent dat er concurrentie mogelijk is tussen gebruikers. Exclusief betekent dat een goed is af te schermen, waardoor je er niet zomaar bij kunt. Dat levert 2x2 mogelijkheden:

Het interessante van informatie is dat die zich gedraagt als een kameleon. Een boek is een privaat goed, want rivaliserend en exclusief: als ik het lees, kan jij het niet lezen. Moet je er maar zelf eentje kopen. Zet ik een verzameling boeken geordend in een openbare leeszaal, dan voeg ik waarde toe, maar het goed dat deze waarde draagt verandert ook. Het is nog steeds rivaliserend, maar niet meer exclusief. De leeszaal is een gemeenschappelijk goed: iedereen kan binnenlopen en boeken van de plank pakken, maar de voorraad is niet onuitputtelijk.

Om dit laatste op te lossen zou ik de boeken kunnen digitaliseren en in de elektronische leeromgeving (ELO) zetten. Er ontstaat een beperkte groep: de toegang is weer exclusief geworden, maar het rivaliserend karakter is verdwenen. Als de een het ebook leest, hoeft de ander niet te wachten. Maar waarom zet ik de ebooks dan niet gewoon online? Dan kan iedereen erbij, niet exclusief, niet rivaliserend: de informatie is een publiek goed geworden.

Wat gebeurt er als we waarde toevoegen?

De manier waarop ik waarde toevoeg – ordenen in een leeszaal, digitaliseren, ordenen in een ELO, of online publiceren – beïnvloedt dus het type goed dat ik verhandel. En het type problemen waar ik tegenaan loop. Wie weleens een universiteitsbibliotheek in een tentamenperiode heeft bezocht, krijgt een demonstratie van het probleem van een gemeenschappelijk goed. Voor de groep studenten als geheel zou het beter zijn om de schaarse studieplaatsen en syllabi onderling te verdelen via een rooster: ieder krijgt dan tijd om te studeren en kan het tentamen halen. Op korte termijn is individueel gezien de beste strategie om ’s ochtends voor de deur te gaan liggen, bij opening snel een plaats te bezetten met wat studiemateriaal om daarna te gaan ontbijten en koffiedrinken.

Dit is de tragedy of the commons: samenwerken levert op lange termijn meer op, maar de prikkel is om ieder voor zich het maximale eruit te halen. De oplossing kan twee kanten op: er weer een privaat goed van maken door het exclusief te maken, bijvoorbeeld door een reserveringssysteem voor studieplaatsen. Dit doet de Bibliothèque Nationale de France.

Sympathieker is er een publiek goed van maken: je kunt de rivaliteit opheffen door digitalisering en de boel online zetten. Een klassieke tegenwerping tegen een publiek goed is het free rider probleem: eentje moet de inspanning leveren, de rest lift gratis mee. Want waarom zou een bibliotheek geld steken in digitalisering om de resultaten gratis online te zetten? We moeten allemaal bezuinigen. Als je wacht, heeft iemand anders het misschien al voor je gedaan!

Hortend en stotend naar de toekomst

Hoe lossen we dit op? We willen toch Open Access? OCLC is in dit verband interessant. Niet voor niets is de strategie van OCLC sinds enkele jaren: ‘discovery is free, delivery is not’. Tegelijkertijd zie je dat ze moeite hebben dit te scheiden in hun Webscale Management-platform. Ook de Nederlandse tak OCLC PICA worstelt met het type product en daarmee zijn businessmodel.

De Gemeenschappelijke Geautomatiseerde Catalogus (GGC) wordt nog steeds beheerd als privaat goed: zelfs digitaal werden de beperkingen uit de fysieke wereld doorgezet via een ‘kanalensysteem’. Als vijf klanten het Centraal Bestand Kinderboeken raadpleegden, kon de zesde er niet bij. Vergelijkbare hopeloze pogingen zie je nu her en der bij het ‘uitlenen’ van ebooks.

Wie vasthoudt aan het verleden, komt te laat. Dan maken klanten hun eigen regels, dat zie je in de muziekindustrie. Laten we dus gewoon blijven streven naar informatie als publiek goed. Maar wel onze content een merk meegeven zodat het zichtbaar blijft wat de bibliotheek voor je doet. We hoeven dan niet bang zijn voor de free riders: uiteindelijk zijn dat allemaal klanten!

Lees ook:

Backoffice op de voorgrond (1): In de cloud

Backoffice op de voorgrond (2): hebben we de ziekte van Baumol? 


Reacties

Er is nog niet gereageerd op dit artikel.
Login om te reageren op dit artikel. Klik hier
  Cialis GenericCialis Discount GenericCheap CialisViagra In Australia For SaleBuy Generic Viagra