DEN Foundation (Digitaal Erfgoed Nederland) en Erfgoed Nederland organiseerden van 6-9 december jl. voor de tweede keer het internationale congres DISH, Digital Strategies for Heritage. Ruim 500 deelnemers uit musea, bibliotheken en archieven legden in Rotterdam hun oor te luister bij de diverse keynote sprekers, en tijdens workshops en presentaties om zo de laatste ontwikkelingen op digitaal gebied in de erfgoedsector te horen en te zien. En intussen werd er natuurlijk ook onderling druk informatie uitgewisseld en genetwerkt en konden ook de sponsors annex standhouders zich kort presenteren.
De DISH-special die het afgelopen oktobernummer van InformatieProfessional vergezelde, gaf met een serie interviews en artikelen al een goed beeld van wat er te verwachten was aan sprekers en trends. Er waren vier hoofdthema’s: Business for heritage, Co-creation and crowdsourcing, Institutional change, en Building a new public space. De vele simultane lezingen, workshops en presentaties waren rond deze thema’s gegroepeerd en boden voor ieder wat wils.

Chris Batt (foto), gedurende het congres dagvoorzitter, gaf de aanwezigen tijdens de opening het volgende advies mee: “If there is no co-operation, you can assume a revolution with the serious risk of extinction. Act like a dolphin and stay ahead of the wave that might come and throw you over or drown you”. Het is van belang om de verschuiving te maken van technisch naar strategisch en de focus te verleggen van instituut naar klant. Sociale media en digitale instrumenten bieden hier volop kansen toe.
Schrijver dezes bezocht de eerste dag en doet dan ook alleen hiervan verslag. Er waren drie keynote sprekers. Katherine Watson, directeur van de European Culture Foundation, had als thema: ‘Living the digital shift’. De technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller en door de mobiele technologie zijn communicatie en informatieuitwisseling niet plaatsgebonden. Het kunnen ‘lezen en schrijven’ met de nieuwe sociale media is een vereiste. Onderwijs moet veranderen, er moet vanuit meerdere ‘lagen’ gekeken worden en er zal meer interdisciplinair gewerkt moeten worden.

Amber Case (foto) hield een inspirerende lezing over ‘Cyborg anthropology and future of the interface’. In de digitale wereld zijn we cyborgs (half mens, half machine) en de eigen presentatie in het digitale leven is van belang. Men moet zich bewust zijn van de psychologische effecten. Hoe zal men in de toekomst socialiseren? De beste technologie is onzichtbaar, maar het moet wel mensen samenbrengen. Toch is af en toe tijd voor reflectie nodig in dit digitale tijdperk, en het is van belang om eens een ‘e-mail sabbatical’ in te lassen; een paar weken helemaal geen mail bekijken en tijd voor jezelf nemen…
‘Culture and social media’ was de titel van de lezing van Charles Leadbeater. Cultuur is een continu proces van zoeken, genieten, maken en delen. Hij bracht een prachtige vergelijking tussen Franse, Australische en huisgemaakte wijnen naar voren. Franse wijnen, exclusief en met topprijzen voor een select gezelschap, Australische voor de bredere goegemeente (en met schroefdop voor het gemak), en de huisgemaakte wijnen door en voor iedereen, vergelijkbaar met het web. De digitale wereld verandert onze manier van communiceren: met sociale media kan een klein aantal mensen een hoge betrokkenheid creëren. Op het gebied van open source, apps e.d. komen er veel ideeën bovendrijven en nemen veel mensen deel aan iets waar een grote massa van kan profiteren. Door het web kunnen kleine bronnen een grote impact genereren. Aldus kan een uitspraak of actie zich in snel tempo als een virus verspreiden: ‘Small can be big!’. Daarom moeten musea ook kunnen ‘passeren’, zoals in voetbal. Elke beweging is onderdeel van het spel. Om te winnen moet je passeren, maar wel altijd verbonden zijn, samenwerken en deel van het netwerk blijven en continu naar de volgende beweging kijken…
De Digital Heritage Award had dit jaar als onderwerp: crowd sourcing. Er waren vijf finalisten voor deze prijs, die allen hun project presenteerden. De deelnemers aan het congres konden hun stem uitbrengen en zo de winnaar kiezen. Susan Hazan, voorzitter van de internationale jury, kon de Finse finalist blij maken. Dit project behelst het digitaliseren van oude Finse kranten, waarbij de met OCR vertaalde en niet goed geschreven woorden met een digitaal woordspel verbeterd kunnen worden. Een speels, maar inhoudelijk goed project, waaraan sinds de lancering in februari 2011 al zo’n 83.000 personen (80% Finnen) ruim 268.000 minuten van hun tijd gegeven hebben!

Ten slotte waren er de vele simultane presentaties en workshops (foto). Men kon er maar één kiezen, want het was niet mogelijk om gedurende de sessies van twee uur van onderwerp te wisselen. Ik heb gekozen voor de presentaties van studenten van de Universiteit van Amsterdam, Cultural Heritage and Museum Studies. In sessies van 10 minuten vertelden 8 studenten over hun onderzoek naar het gebruik van digitale technologie bij verschillende Nederlandse culturele instellingen. Er kwamen diverse leuke tools en apps naar voren. Zo was er co-creation in het Scheepvaartmuseum, waar bezoekers actief als cultureel deelnemer kunnen optreden en niet slechts passieve consumenten zijn. GoVanGogh (a global Van Gogh treasure hunt) is een website met tekeningen en foto’s van Van Gogh adepten, waar ook ter wereld, die foto’s hebben opgeladen van allerlei objecten met Van Gogh tekeningen. Het Van Abbemuseum wil haar bezoekers meer actief bij de exposities betrekken door ze deel te laten nemen in een tentoonstelling. De Jewish Monument Community is een website waarin aan de hand van kinderfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog mensen informatie en foto’s van deze personen en hun families kunnen uploaden. Met een app van het Bonnefantenmuseum kunnen details van schilderijen gedownload en gebruikt worden in een eigen omgeving. Het Westergasfabriek Culture Park gebruikt QR-codes om meer informatie over gebouwen en objecten te geven. Er is een MuseumApp voor enkele Amsterdamse musea, en met ARtours Stedelijk Museum kunnen ‘augmented reality tours’ gecreëerd worden.
In discussies over de onderwerpen en de tools werd door de deelnemers aan deze sessie gepraat over nut van de tools en manieren waarop musea meer, met name jonge, bezoekers kunnen trekken. Mobiele apps worden veelal ontwikkeld in opdracht van een marketing afdeling van een museum, uiteraard om het museum meer bekendheid te geven en bezoekers te trekken, maar er kan zoveel meer uitgehaald worden. Er kunnen koppelingen met objecten van een museum gelegd worden, er kan meer uitleg over voorwerpen en over het museum gegeven worden, er kan eventueel een koppeling met de website gemaakt worden, etc. Conclusie is wel dat door de mobiele technologie de rol van het object kan veranderen en dat er op een leuke en inventieve manier met kunstvoorwerpen gespeeld kan worden.
Een boeiende, interessante middag met enthousiaste studenten. Wellicht leest u in een volgend nummer van InformatieProfessional meer over hun projecten.
[foto's: Ans ter Woerds]
Reacties