Sinds een jaar heeft informatieprofessional Alice de Jong een iPhone en en ereader op zak. Het heeft haar informatiegebruik radicaal veranderd. Maar waarom zijn bibliotheekcatalogi nog niet mobiel raadpleegbaar? En worden eboeken nauwelijks uitgeleend? Om te kunnen blijven voortbestaan, moeten bibliotheken snel inzetten op mobiele technologie, betoogt De Jong.
De laatste tijd vinden in ons vak allerlei discussies plaats over ereaders en mobiele diensten in de bibliotheekwereld. Door de veranderende mobiliteit van gebruikers en de opkomst van nieuwe apparaten zoals ereaders komt het nut van bibliotheken in een heel ander licht te staan. Zo werd er niet lang geleden in een van de Digicafé-bijeenkomsten in Delft gediscussieerd over de rol die bibliotheken moeten spelen. Er werd gesteld dat ze in de nieuwe ontwikkelingen veel te afwachtend zijn. Bibliotheken moeten flink aan de slag met de mobiele technologie en de bijkomende veranderingen in hun vakgebied. Waarom hebben ze bijvoorbeeld niet allang de catalogus op de mobiele telefoon paraat? En waarom zijn de boeken niet ruimschoots via ereaders digitaal uitleenbaar? Is het zinvol als bibliotheken op dergelijke zaken inzetten - of is er iets anders aan de hand?
Wat moeten bibliotheken in het nieuwe tijdperk waarin boeken zullen verdwijnen - uit hun papier 'ontketend', zoals dat zo mooi werd gezegd in het vorige nummer van InformatieProfessional - nu precies doen? Hebben zij nog een rol van betekenis in een tijdperk waarin boeken niet langer fysiek op de plank staan en fysiek worden uitgeleend? In het achterhoofd galmde de 'voorspelling' van Helen Blowers, die de webcursus 23 Things (bij ons bekend als 23 Dingen) heeft ontwikkeld. Blowers presenteerde op het symposium UGame-ULearn, in 2009 in Delft, een verontrustende grafiek: de bibliotheek as-we-know-it zal over elf jaar verdwenen zijn.
Elf jaar? Nu al dus bijna over tien jaar! Eerst is het makkelijk zo'n boude bewering over nota bene het verdwijnen van de hele bibliothecaire bedrijfstak verontwaardigd opzij te schuiven. Toch laat deze gedachte je niet zo makkelijk los. Dat er dingen zullen uitsterven, zoals telefooncellen in het straatbeeld, encyclopedieën, mensen die elkaar mislopen (we hebben mobieltje op zak) of mensen die verdwaald raken (we hebben een TomTom), daar kunnen we ons nog wel een voorstelling van maken. Maar wat bedoelt Blowers met het verdwijnen van de bibliotheek?
Om die vraag te beantwoorden, moeten we nadenken over wat een bibliotheek is en waarom mensen ernaartoe gaan. Dat is voor velen van ons verschillend. Een openbare bibliotheek kan bijvoorbeeld een plek zijn waar je met kinderen heen gaat om ze te laten zien dat er een rijkdom aan geordende informatie bestaat, die zij zomaar mee naar huis mogen nemen. Ook is een openbare bibliotheek te beschouwen als een gratis boekwinkel waar je boeken vindt die je altijd al had willen lezen. Een wetenschappelijke bibliotheek is weer een plaats waar je je kunt omringen met de inspanningen op een bepaald vakgebied, waar je rustig kunt zitten en je kunt concentreren op een onderwerp - een soort studeerkamer met alle informatie binnen handbereik.
Een bibliotheek bindt zijn klanten dus door een aantrekkelijke collectie, expertise op de inhoud, door een mooi gebouw en een fijne ruimte - en dat alles tegen een geringe betaling in de vorm van een jaarpas.
Door de digitalisering van de samenleving vinden er echter ingrijpende veranderingen plaats in alle aspecten van ons leven en werken. Dat ook de bibliotheek hier sterk mee te maken krijgt, tekent zich al jarenlang steeds scherper af. Aan het doorgeefluik dat de bibliotheek altijd vormde tussen informatie en klant, is kennelijk steeds minder behoefte. De bibliotheek heeft immers niet meer het alleenrecht op informatie - die is nu onder ieders handbereik gekomen. Internet fungeert als nieuwe leeszaal met Google als de ideale bibliothecaresse, die eindeloos lange lijsten met antwoorden ophoest voor iedere vraag die je maar bedenken kunt.
Uiteindelijk verwachten wij dan ook de hele bibliotheekcollectie in de cloud (de 24/7 aanwezigheid op het internet) aan te treffen. Wij als informatiegebruikers gaan daar - zonder, maar waarschijnlijk met wachtwoord - collecties raadplegen en die vervolgens naar ons mobiele en met internet verbonden apparaat, zoals smartphone, tablet, computer of ereader, streamen. Haar bestaansrecht zal de bibliotheek dan niet meer ontlenen aan het aanbieden van fysieke boeken, maar aan het snel, naadloos en draadloos overhevelen van informatie.
Is de bibliotheek daar nog wel voor nodig? De ideale plek om informatie te vinden is niet meer de leeszaal, maar een telefoon met internetverbinding. Nu ik inmiddels een jaar met een iPhone op zak loop en er zo verknocht aan ben dat ik die niet meer kwijt wil, is het nuttig te analyseren waarom dat eigenlijk zo is.
Wie denkt dat een smartphone alleen maar een telefoon is, heeft het mis. Hoe onlogisch het op het eerste gezicht ook lijkt, de telefoon is niet zozeer een hulpmiddel om mee te bellen, maar een apparaat dat allerlei functionaliteiten in zich verenigt. Een adres van een komende afspraak vertaalt zich moeiteloos in de streetview van Google. Iemand met een lege portemonnee begeeft zich via de iPhone makkelijk naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Buitenlandse talen klinken als je het juiste zinnetje aantikt. Foto's staan in drie seconden op het web en boeken en kranten laten zich direct binnenhalen.
Het haarscherpe, maar kleine schermpje van de smartphone lijkt niet erg geschikt als medium om op te surfen of van te lezen. Toch heeft de iPhone door de intuïtieve interface met scrollen, kantelen en een touchscreen dat bediend wordt met twee vingers een verrassende, nieuwe standaard neergezet. Door het overtuigende gebruiksgemak hebben alle andere informatiedragers het nakijken. Dit raakt een heel wezenlijk gegeven: gemak gaat in deze tijd kennelijk voor alles.
Dit wezenlijke gegeven raakt ook de bibliotheken. Denk maar aan bibliotheekgebruikers die in plaats van de geavanceerde zoekmogelijkheden van de bibliotheekcatalogi te gebruiken, via Google in de collectie binnenkomen. Of aan gebruikers die alleen nog maar fulltext artikelen lezen in plaats van artikelen op papier, die misschien kwalitatief veel beter zijn, maar uit het magazijn moeten komen. Smartphones zoals de iPhone zijn zo goed in de integratie van alle communicatie en trekken zoveel functies naar zich toe, dat de gedachte dat klanten over enkele jaren met mobiele apparaten de catalogus of websites zullen benaderen, zeer plausibel is.
Willen bibliotheken zich in dit snel veranderende landschap handhaven, dan hebben ze nog een hele slag te maken. Dat zal niet meevallen, want de meeste content is helaas niet in handen van de bibliotheek, maar in die van uitgevers en auteurs. En de strijd onder welke licentievoorwaarden en locatiebeperkingen welke boeken en documenten online kunnen worden doorgegeven, is nog maar net begonnen.
De opkomst van de ereader is een extra aandachtspunt. eReaders zijn een nieuw platform voor teksten, waarvan de meeste mensen zich wel kunnen voorstellen dat het het boek gaat vervangen. Het zal een digitale revolutie ontketenen - niet alleen vanwege de ultralichte drager en snelle opslag van heel veel tekst, maar ook omdat het de belofte in zich draagt dat de keten tussen auteur en klant met flink wat stappen verkort kan worden. Dat vormt een grote bedreiging, want er zijn dan geen uitgevers, boekwinkels en bibliotheken meer nodig.
In de komende tien jaar blijven de grote digitaliseringsslagen elkaar opvolgen. Alles wat ooit is uitgegeven of gedrukt, wordt gescand en gedigitaliseerd en komt in formaten als pdf, jpg of tekst beschikbaar. Deze formaten zullen zeker geoptimaliseerd worden voor mobiele apparaten.
Stel dat de auteurs hun boeken zelf via ereaders of grotere smartphones aan de klant kunnen leveren. En stel dat uitgevers, als ware zij bibliotheken, pakketten (lees: collecties) interessante boeken, tijdschriften of kranten aanbieden, misschien zelfs als virtuele leesmap. Dat biedt klanten de mogelijkheid direct vanaf de auteurs- of uitgeverssite teksten op te zoeken, te downloaden en op hun favoriete drager te zetten. Of ze krijgen bijvoorbeeld een krant nieuwe stijl, geoptimaliseerd voor kleine apparaten, met bewegende beelden en gelinkte informatie, draadloos op hun digitale deurmat aangeleverd. Waar blijft dan nog de bibliotheek?
Bibliotheken voelen zich nog steeds geroepen om te rubriceren en te catalogiseren; daar ligt van oudsher hun expertise en hun trots. Maar als de uitgevers en Googles van deze wereld alle tekst digitaal hebben gemaakt, is het optimaal doorzoeken van de teksten kinderspel. Kun je teksten eenmaal geautomatiseerd doorzoeken, dan kun je ook een analyse van de meest gebruikte woorden maken. En als die analyse verfijnd genoeg is, kunnen er geautomatiseerde trefwoorden en rubrieken aan het record toegevoegd worden.
Zoals de computer heeft aangetoond dat je niet meer hoeft te kunnen rekenen, omdat een excelsheet alle kolommen voor je optelt, of zoals Google Translate al aardig in de richting van een behoorlijke vertaling komt, zo zal de computer straks ook aantonen dat je een artikel niet meer daadwerkelijk hoeft te lezen om te weten waar het over gaat. Met de combinatie van social ranking en 'sterren' uitdelen door de internetgemeenschap heb je een dekking van 98 procent wat betrefwoording betreft.
Komt die klant, gewapend met ereader, smartphone of computer, nog in de bibliotheek? Hebben oude boekenruggen, dikke naslagwerken, fraaie schemerlampen en loungefauteuils nog steeds hun bekoring? Ik vrees van niet.
Het ouderwetse, internetloze lezen en studeren in een bibliotheek wordt iets van de vorige eeuw. Hoewel de volledige concentratie en aandacht voor een boek in een daarvoor ingerichte ruimte, samen met de geur van liefdevol gebruikt papier, op velen van ons nog een nostalgische aantrekkingskracht uitoefenen, wint de 24/7 toegang tot alle informatie op onze eigen apparaten het uiteindelijk van alle andere scenario's.
Wie op deze ontwikkelingen wil inspringen, moet inzetten op het toegankelijk maken van informatie op nieuwe informatiedragers, ook al weet hij dat die informatie ook van elders kan komen. De bibliotheek kan wellicht nog overleven als digitale butler, dienstbaar op de achtergrond, al klinkt dat natuurlijk niet als de ideale rol. De bibliotheek en de door haar geleverde diensten moeten zo worden ingericht dat klanten op een intuïtieve manier hun eigen informatiestroom kunnen beheren.
Pas als blijkt dat iedereen omkomt in de informatie, omdat er simpelweg te veel materiaal aanwezig is om te kunnen bijhouden, verlangen klanten naar mensen met expertise, mensen die ze vertrouwen en van wie ze verwachten dat ze thuis zijn in een onderwerp, om door hen geprikkeld en begeleid te worden in alle zaken waar ze nieuwsgierig naar zijn. Of dat mensen zijn die op dat moment in een bibliotheek werkzaam zijn? Ik hoop het.
Dit artikel is een voorpublicatie uit InformatieProfessional 1/2010
Een heel mooi en duidelijk artikel die duidelijk maakt waar de uitdaging ligt voor de bibliotheek. In het hoger onderwijs geldt hetzelfde voor ontwikkelingen rondom mobiel leren maar heeft het onderwijs, en de docenten daarbinnen, grote moeite om deze handschoen op te pakken en toepassingen te ontwikkelen en gebruiken.
Raymond Snijders @ 01-01-2010 11:45Voor de bibliotheek gelden toch nog hetzelfde problemen. Mobiele toepassingen worden niet gezien als vakgebied van een bibliotheek en daarmee gaat men mijns inziens niet mee met de ontwikkelingen en beleving van de klanten. Het bemiddelen tussen de informatievraag en het informatie-aanbod is de kerntaak van een bibliotheek en ik denk dat we het met elkaar eens kunnen zijn dat deze informatievraag meer en meer op het mobiele platform afspeelt.
Laten we hopen (en sturen!) op mobiele toepassingen van bijvoorbeeld de leveranciers van bibliotheeksystemen die mijns inziens ook fors achterblijven. Mobiele interfaces, voor de digitale bestanden die we als bibliotheken afnemen en aanbieden aan de gebruikers, zouden standaard moeten worden en wellicht zelfs verplicht.
En het belangrijkste, dat we in 2010 beter en meer zicht krijgen op de rol die we als bibliotheek kunnen en moeten vervullen in dit mobiele digitale tijdperk. Zelfs al dat een rol als digitale butler is.
"Van de database achter mijn iPhone applicatie zal ik (waarschijnlijk) de broncode vrijgeven zodat andere mensen applicaties kunnen bouwen die interactie hebben met de bibliotheek gegevens van gebruikers."
Jeroen de Boer @ 31-12-2009 10:51Fantastisch dat je de code wilt delen met andere gegadigden. Ik heb her en der (oa op Bibliotheek 2.0) al eerder gepleit voor de inzet van open source en open standaarden waar het gaat om technologische ontwikkeling en innovatie.
Zou het voor bibliotheken in het kader van duurzame ontwikkeling bijvoorbeeld niet aantrekkelijk kunnen zijn in contact te treden met het (wereldwijde) en ook in Nederland aanwezige netwerk van Fab Lab's? Ik heb namelijk het idee dat het ontwikkelingen van innovatieve software en toepassingen voor bibliotheken voor ontwikkelaars een schitterende opdracht en uitdaging kan zijn. Iets in het kader van "gebruik kennis om kennis te verspreiden".
Interessant artikel :)
Hans @ 30-12-2009 21:04Zelf dacht ik dat mensen vaker naar de bibliotheek zouden gaan als het beheren van hun boeken en het reserveren van boeken gemakkelijker zou gaan. Zelf doe ik tegenwoordig alles via mijn iPhone en daardoor kwam ik op het idee om een iPhone applicatie te maken waarbij je boeken kunt zoeken/reserveren en verlengen.
Ik ben al een eind op weg en verwacht dat de applicatie eind volgend jaar af zal zijn. Dit in verband met de verschillende bibliotheek systemen waar de applicatie tegen moet kunnen praten en de gesprekken die ik zal moeten voeren met organisaties voor hun goedkeuring.
Helaas is mijn manier van het benaderen van de databanken omslachtig (namelijk via het internet zoals een gebruiker ook doet). Ik hoop dat mijn applicatie een brug zal vormen tussen nu en de tijd dat bibliotheken met een nationaal geregeld systeem komen en dus een mobiele applicatie makkelijker en betrouwbaarder zal worden. Men is hier al mee bezig. (zie bibliotheek.nl)
Gesprek met Aquabrowser zit in de pijplijn en heb al een gesprek gehad met Probiblio, helaas wegens mijn nog niet volledig functionerende App (alleen opvragen en verlengen boeken van Den Haag is mogelijk) deden zij nog geen uitspraak over een eventuele goedkeuring.
Van de database achter mijn iPhone applicatie zal ik (waarschijnlijk) de broncode vrijgeven zodat andere mensen applicaties kunnen bouwen die interactie hebben met de bibliotheek gegevens van gebruikers. Zoals widgets.
Try before you die
Esther Westerveld @ 29-12-2009 13:19Nog tien jaar voor de bibliotheek as we know it? Ik hoop dat we die tijd inderdaad nog krijgen. Dat geeft ons nog 10 jaar de tijd om de bibliotheek heruittevinden.
Je stuk begint met het mobiele internet en gaat langzaam over naar een breder verhaal over digitalisering, waarna je de rol van de bibliotheek in de samenleving bespreekt.
In je beschrijving van de rol van de bibliotheek in de samenleving kan ik me goed vinden. Het enige waar ik me niet in herken is dat je in je beschrijving lijkt uit te gaan van een fysieke bibliotheek. Ik denk dat die er over tien jaar nog wel zullen zijn (in de vorm van geretailde wijkbibliotheken en verstilde boekenmusea) maar dat de digitale bibliotheek daar bovenop als servicelaag een hoofdrol speelt.
Om die digitale servicelaag zal de bibliotheek over tien jaar vooral bekend zijn. In die laag worden namelijk de gemaksdiensten waaraan de consument behoefte heeft aangeboden. Veel informatie en entertainment (als we tenminste de bibliotheekexceptie ook voor digitale werken in de auteurswet weten de krijgen), op een deskundige manier bij elkaar gebracht en ontsloten. 24/7 beschikbaar op jouw persoonlijke verbinding met de cloud, het 2020 equivalent van een I-phone, maar ik hoop met een wat groter beeldscherm.
En wat moeten we dan nu met mobiel om over tien jaar zo ver te zijn? Kenmerkend voor mobiel zijn 'location awareness' en 'altijd online'. Laten we ons als bibliotheken in 2010 richten op de mogelijkheden die de bibliotheek heeft om op die twee aspecten in te springen. Als we het komende jaar eens in de twee maanden een week de tijd nemen voor hardcore technology driven innovatie. We houden een mashaton waar ter plekke iets nieuws ontstaat. Dat moet toch mooie dingen opleveren? Er zit creativiteit zat in de sector.
@Jaap: Het gaat nu wel hard met de Smartphones in ieder geval: http://tweakers.net/nieuws/64214/bijna-helft-verkochte-postpaid-telefoons-is-een-smartphone.html
Mijns Inziens @ 29-12-2009 10:39Als ik het goed heb begrepen kan de app. inderdaad aan meerdere beeldbanken
worden gekoppeld. Verder is het zo dat de ontwikkelaars al met alle provincies
in gesprek zijn. ZB/Middelburg is de pilot, maar het wordt zeker verder verspreid
en in principe gratis.
JIPPIE! Edwin, dat laatste zie ik ook het meeste in. Goed nieuws van applicatie! Hoop dat meer goede voorbeeld volgen.
Jaap Geer @ 29-12-2009 10:23Gaat applicatie ook koppelbaar worden met meerdere beeldbanken? Marktonderzoek niet altijd nodig
voor innovatie. Ik zou wel benieuwd zijn hoeveel procent van de bibliotheekbezoekers
beschikt over een smartphone en hoe snel die groep groeit.
Gewoon wat uitproberen... zoals:
Rita Niland @ 28-12-2009 20:15Bluecasting
http://ritanila.blogspot.com/2008/12/bluetooth-experimenten-voor-de.html,
Twitterschaak
http://ritanila.blogspot.com/2009_05_01_archive.html
Twitteren en gps:
http://ritanila.blogspot.com/2009/04/twittermania-met-kinderen.html
Kost niets, alleen wat lef. Applicaties bouwen hoeft niet persé, er is al veel bruikbaars.
Zo werken bedrijven ook. Die zijn niet bang te investeren in innovatie.
Wat er werkt, wordt uitgebouwd, wat niet werkt is opgedane ervaring.
Beter slim jatten en hergebruiken dan zelf opnieuw het wiel uitvinden....
Verder is voorlichting rond e-readers welkom. Zet een paar apparaten vast op
de balie en laat publiek testen. Zo heb je meer bereik dan bij het uitlenen van een
enkele iLiad, wat nu sommige bibliotheken doen. Die ligt dan eerst een jaar op
een plank stof te vangen omdat er eerst allerlei regels moeten worden bedacht...
Het opzetten van een simpele mobiele site is in een middag te doen, ook hier weer
gratis tools. Complete catalogus hoeft natuurlijk niet, maar de nieuwe aanwinsten,
leestips enz. zijn zo omgezet naar een mobiele site.
Bibliotheken zijn vaak goed in het maken van uitgebreide projectplannen. Mooi,
maar als deze na een jaar brainstormen worden uitgevoerd, is de hype alweer
voorbij en zijn er allang bedrijven of particulieren mee aan de slag en hoeft
het niet meer. Er is voldoende kennis en kunde om zaken uit te voeren, maar
nogal wat personeel wordt gefrustreerd omdat het allemaal duurt en duurt en dan
weinig zin meer heeft.
Librarything, de Startpagina en meer initiatieven zijn ook gestart door
particulieren die een goed idee hadden en gewoon maar zijn begonnen, zonder
uitgebreid plan en budget.
Wie durft?
Rita Niland
Hoi Jaap,
Mijns Inziens @ 28-12-2009 18:33Ook al was het een algemene opmerking: ik kan het niet laten om te zeggen dat
wij voor de zomer een toepassing klaar hebben, voor de iphone. Niet gekoppeld
aan boeken maar aan de beeldbank en GPS :-)
Maar je hebt wel gelijk: je moet niet simpelweg diensten of producten gaan vertalen
naar mobiel als dat verder niets toevoegt. Aan de andere kant geloof ik ook niet
dat voor al die duizenden toepassingen voor Android en iPhone eerst marktonderzoek
is gedaan. 'Gewoon' permanent van alles en nog wat ontwikkelen met een speciaal
team, bruikbaar voor iedereen: daar zie ik het meeste in...
Waarom wil je het mogelijk maken als je twijfelt aan het gebruik? Moeten we
Jaap Geer @ 28-12-2009 16:01dan niet met iets beters komen voor de mobiel? Iets dat meer aansluit de manier
waarop mensen daadwerkelijk hun mobiel gebruiken. In plaats van de noodzaak
te beamen (heb het niet over jou ZB, meer in het algemeen) zou het wel eens lekker zijn
om een reactie te lezen waarbij een partij gewoon de handschoen oppakt en zegt:
"eind van dit jaar hebben we een applicatie klaar".
Een mooi artikel Alice. Ik ben het helemaal met je eens. De urgentie wordt
Mijns Inziens @ 28-12-2009 15:38inmiddels wel steeds vaker onderkend in de bibliotheekwereld maar veel
organisaties weten niet goed waar ze moeten beginnen. Het is te hopen dat
mobiele toepassingen veel aandacht krijgen bij de vernieuwingen in 2010.
Of mensen massaal catalogi zullen gaan raadplegen op hun telefoons waag ik te
betwijfelen maar het minste dat we kunnen doen is zorgen dat het mogelijk is. Wat
library thing kan, kunnen wij ook wel toch?