HomeBijdragenDe STCN was monnikenwerk

De STCN was monnikenwerk

Avatar

Waardering:

  • 1 sterren
  • 2 ster
  • 3 ster
  • 4 ster
  • 5 ster

Jenny Mateboer

Beleidsmedewerker KB, redacteur IP

27 jaar na de start van de STCN verklaart de KB per 1 juli het project voor afgerond. De Short-Title Catalogue, Netherlands was het langstlopende project van de KB ooit. Hoe is het begonnen? Wat heeft het opgeleverd? Wie werkten eraan? Wie profiteert ervan? Over deze vragen sprak ik voor InformatieProfessional met betrokkenen, kort voor het feestelijke symposium dat op 25 juni gehouden werd. Een voorpublicatie uit het artikel dat verschijnt in zomernummer van InformatieProfessional.

Op dit moment bevat de STCN (Short-Title Catalogue, Netherlands) ruim 190.000 beschrijvingen van meer dan een half miljoen oude drukken (vanaf het begin van de boekdrukkunst in de Nederlanden tot en met 1800). Niet in kloeke boekdelen zoals oorspronkelijk de bedoeling was, ook niet in enorme onafzienbare rijen kaartenbakken maar ‘gewoon’ in een database, die via de GGC is opgebouwd, en via een eigen website en de website van Bibliopolis digitaal beschikbaar is. Een resultaat dat niemand bij de start had kunnen voorzien.

Het begin

We spreken over die start van de STCN in 1982. De KB zat net in een gloednieuw pand naast het Centraal Station in Den Haag. Er was een leeszaal Oude Drukken, met een ruimte erachter die met een glazen wand van de leeszaal was afgescheiden. In dit ‘aquarium’ begon het werk aan de STCN met een teamleider, Paul Vriesema, twee beschrijvers, Heleen den Heijer en Teunis van Lopik, en een datatypiste.

De titels beschreven ze op basis van autopsie, dus met het boek in de hand. Zorgvuldig werden allerlei gegevens over het betreffende boek ingevuld op een werkblad, dat later werd overgetypt door een datatypiste. Er was veel aandacht voor hoofdwoorden, verwijzingen en titelverdubbelingen. Men ging immers uit van het bestaande systeem van kaartcatalogi. Die aandacht voor extra zoekingangen is er nog steeds, alleen zijn ze nu bestemd voor de database.

De overzichtelijkheid van de eerste periode maakte controle en uniformiteit vrij eenvoudig. In latere jaren moest daar meer in geïnvesteerd worden, omdat verschillende teams op verschillende locaties werkzaam waren. STCN-teams streken bijvoorbeeld neer in Amsterdam, Utrecht en Leiden, en werkten daar samen met lokale medewerkers.

Heleen die in 1986 titelbeschrijver bij de KB werd, keerde in 2006 voor drie jaar terug naar de STCN, nu in Leiden, en merkte hoe het werk is veranderd. Geen tussenstations meer in de vorm van werkblad en datatypisten, maar direct invoeren in een private file van het centrale OCLC-systeem. ‘Het is erg leuk om, als je het begin van zo’n belangrijk project hebt meegemaakt, ook aan de eindspurt te kunnen bijdragen. Ik zal de STCN dan ook gaan missen.’ Overigens heeft ze persoonlijk veel aan de STCN te danken: de eerste STCN-beschrijvers zijn al weer jaren met elkaar getrouwd.

RABIN

Maar het verhaal van de STCN begint eigenlijk ver voor 1982, namelijk in 1969. Toen publiceerde de toenmalige Rijkscommissie van Advies inzake het Bibliotheekwezen de nota De wetenschappelijke bibliotheken in Nederland. De RABIN stelde zich een bibliografie van het Nederlandse boek tot 1800 ten doel. De subcommissie Gedrukte werken, waarin onder anderen prof. J. Gerritsen uit Groningen zat, bracht hierover een advies uit. Er was voor het eerst sprake van een short-title catalogue. In plaats van de vaak zeer uitvoerige titels van oude drukken in hun geheel over te nemen, wordt er dan een ingekorte titel gemaakt. De precieze inhoud van een boek wordt ook niet in extenso beschreven, namen van tekenaars en graveurs niet genoemd – kortom, een beperktere beschrijving. De opstellers meenden, dat het werk dan in betrekkelijk korte tijd gedaan zou kunnen worden. Uitvoerige beschrijvingen konden dan altijd later nog worden gemaakt.

In 1975 werd de werkgroep STCN opgericht, die precieze beschrijvingsregels moest opstellen, het werkblad vormgeven en procedures uitdenken. Vanuit de KB namen hieraan Hans Gruys en Clemens de Wolf deel, die jarenlang in bibliografische kringen als ‘Gruys en De Wolf’ door het leven gingen en een belangrijk aandeel hadden in het hele project. Na verloop van tijd ging De Wolf richting management, maar Gruys bleef tot aan zijn pensionering nauw betrokken bij de STCN.

Na veel voorbereiding en vertraging nam de KNAW het in 1980 op zich om de STCN te verwezenlijken. Zij zorgde voor een subsidieaanvraag en een commissie van toezicht. Zo kon dan in 1982 uiteindelijk het werk aan de retrospectieve bibliografie van start gaan...

Lees het complete artikel in het juli/augustusnummer van InformatieProfessional, dat op 3 juli verschijnt.

 


Reacties

Er is nog niet gereageerd op dit artikel.
Login om te reageren op dit artikel. Klik hier